Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te krijgen; hij weet niet, dat de gezant van een vreemden staat boven de wet staat. Hij geeft na verscheiden jaren den strijd op, en zijn zaak, waarbij een groot aantal menschen werkte, moet worden gesloten.

Een zakenman bleef, na het uitbreken van den oorlog, zitten met een partij goederen zonder „clausule" en verkocht er van aan Duitschland. Hij werd „blacklisted". Een ander koopman had geen andere relatie met hem gehad dan dat hij van hem gekocht had en met hem op een jachtpartij geweest was. Het gevolg is: ook de tweede werd „blacklisted". En nu geschiedt het volgende: Laatstgenoemde verkoopt een partij goederen — van een vroegeren voorraad — aan een andere firma. De voorzitter van de vereeniging van de betrokken branche hoort van den verkoop en wendt zich tot de firma, die koopt, om haar onder het oog te brengen, aan welke gevolgen zij zich bloot stelt door waren af te nemen van een zaak, die op de zwarte lijst staat. De kooper wordt angstig en dringt zóó beslist aan op het te niet doen der transactie, dat de verkooper om niet den goeden klant te verliezen, zich genoodzaakt ziet toe te geven. Verlies tusschen de 50 en 100.000.

Een fabriek belast zich met een levering aan een andere. Voor dat het contract uitgevoerd is, wordt de andere „blacklisted". De eèrste verbreekt het contract, zich beroepende op „force majeure".

„Sjöfartstidende" van 31 Juli 1916 bericht, dat de firma John en Carl Wendelboe om geen andere reden op de zwarte lijst kwam, dan omdat zij agentuurzaken met de centralen drijft. Zij bieden aan hun boeken door het Britsch gezantschap te laten controleeren, worden evenwel afgewezen met de mededeeling: Daar gij toegeeft in handelsrelatie met Duitschland te staan, „vinden wij het doelloos uw boeken te onderzoeken".

Verscheiden oude vertegenwoordigers van buitenlandsche firma's worden ontslagen, omdat de agenten op de zwarte lijst geplaatst zijn. Noren, die directeur van Noorsche maatschappijen zijn, worden ontslagen op verlangen van de Engelsche overheid, die de maatschappij dreigt, ze anders op de zwarte lijst te zullen zetten en haar steenkolen te zullen weigeren. De directeuren stonden onder de verdenking de Engelsche opvatting van „beschaving" niet te deelen, of hebben dat openlijk te kennen gegeven.

Een handelszaak met filialen op verschillende plaatsen aan de kust is zonder schuld op de zwarte lijst geplaatst. Zij verzendt materiaal voor hare fabrieken met kustvaarders. De kustvaarders weigeren de goederen aan boord te nemen, wegens de „lijst". De scheepvaartlijn wordt gesubsidieerd door den staat. — Er zijn meer dergelijke voorbeelden.

Een Duitsche maatschappij, die langer dan een menschenleeftijd in het land zaken gedaan heeft, is eigenares van een schuit hier, die onder een storm naar een stad aan de kust wordt gedreven en dreigt versplinterd te worden. Verzoek om hulp wordt afgewezen, met de opmerking, dat de firma „blacklisted" is. Eenige visschers redden de boot op het laatste oogenblik. Zij wisten niets van de proscriptie.

Schrijver had vergunning gekregen van het koninklijk Proviandeerings-

Sluiten