Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in onze geheele buitenlandsche politiek geen punt van grooter beteekenis dan dit: datons particuliereigendom en daarmede ook onze koopvaard ij vloot veilig is. Dit beginsel is een eisch voor het bestaan van ons volk. Indien de beheerscher van de zee om de een of andere oorzaak aan een van de noordelijke landen een eisch zou stellen, waaraan deze meenden niet te kunnen voldoen, dan zou deze mogendheid, volgens haar „volkenrecht", dat niet door de gezamenlijke natiën der menschheid, maar naar het goeddunken van deze mogendheid alleen bepaald wordt, beslag kunnen leggen op de levensmiddelen voor dat volk en het kunnen uithongeren, totdat het zich aan haar despotisme onderwierp. Deze mogendheid heeft herhaaldelijk bewezen, dat zij ook tegenover de noordelijke volken dergelijke eischen stellen kan. Zij heeft aan de noordelijke volken ook getoond, dat zij die middelen kan aanwenden. Niet alleen in de jaren 1807—1814, maar ook gedurende den oorlog van 1914. Ja, en dat zelfs, ofschoon de noordelijke volken onzijdig zijn. Ja, zelfs in tegenstelling met de volkenrechtelijke beginselen, die deze mogendheid onder eede bevestigd heeft, zooals artikel 2 der Parijsche conventie, dat handelt over vijandelijk goed in een onzijdig schip, welk artikel zelfs nogmaals bij de Haagsche conventie werd aangenomen. Die overeenkomst was geen verhindering. Engeland had de overmacht en beval. Basta.

Gedurende een oorlog met deze over ma cht zou derhalve het bestaan der noordelijke rijken op het spel staan, als zij namelijk dien voorrang bleef behouden. Onze koopvaardijvloten zullen als „goede prijzen" „gecondemneerd" kunnen worden in onze eigen havens. Want particulier eigendom op zee is een misdaad tegen de rechten van dien staat, een beperking van, ja bijna een aanval tegen zijn almacht en dus ook van zijn alleenheerschappij ter zee. En geheel volgens dit standpunt heeft de Britsche regeering dan ook den 16den Februari 1917 verklaard, dat alle schepen, ook onzijdige, die naar haar vijanden goederen, van welken aard ook, trachten te vervoeren, hun recht verloren hebben en aan de Britsche schatkist zullen vervallen. Dit gaat lijnrecht in tegen het beginsel, dat die mogendheid bij de Parijsche conventie heeft erkend. Het zullen dus niet alleen onze reeders zijn, die zich in een oogwenk van hun vloot beroofd zullen zien, ook ons volk zal gemarteld worden door honger, totdat het zich voegt naar den wil van den despoot.

Zelfs als onzijdigen moeten wij dulden, dat de wil van vreemden in ons land regeert. Nog erger: door zijn economisch despotisme wil Engeland bepalen, of wij ons onzijdig mogen houden, of dat wij, om levensmiddelen te verkrijgen, ons op zijn bevel moeten aansluiten bij hen, aan wie het Engeland belieft oorlog te verklaren en aan wie het weigert vrede te verleenen. Waartoe dit bij een materialistische levensbeschouwing kan leiden, daarvoor geven wij eenige bewijzen aan het slot van dit werk in het hoofdstuk: „Iets over crimineele psychologie".

12°. Het zou van belang kunnen zijn voor de noordelijke volken de toestanden in hun ware gedaante te zien te krijgen. Als zij derge-

Sluiten