Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

De gemeenschappelijke belangen der belde groepen van mogendheden ten opzichte van het Noorden.

1. De Entente.

1°. Het is geen toeval, dat de tweé~Trijken, Rusland en Engeland, elkander gevonden hebben en een bondgenootschap hebben aangegaan. Ze zijn sedert langen tijd geestverwanten geweest; hun verbond is de natuurlijke uitdrukking van een innerlijk bijeenbehooren, dat slechts door den schijn verborgen was.

In het voorafgaande zijn de politieke plannen van een groote mogendheid ten opzichte van Noorwegen—Zweden uiteengezet. Deze plannen waren vóór den oorlog reeds goed op weg in vervulling te gaan. Maar de oorlog heeft een ander verloop gehad dan men hoopte. En op het oogenblik zouden Rusland—Engeland er zeker niet op gesteld zijn de dappere Zweedsche en Noorsche legers tegen zich te krijgen. Bijgevolg verzekeren Rusland—Engeland, bij den Hemel, bij den baard van den sultan, bij de eer van den Tsaar, bij hun eigen vlekkeloos verleden en bij al wat ze in de haast nog meer kunnen vinden, dat het nooit bij hen opgekomen is, iets zoo afschuwelijks te doen als zich te vergrijpen aan het Scandinavisch schiereiland. En bijgevolg kunnen wij hen niet vertrouwen, en moeten nog eerst onderzoeken, wat in de lijn van hun belangen ligt, en of het soms vroeger ook voorgekomen is, dat zij bij hun eer enz. iets hebben verzekerd en toch het tegenovergestelde hebben gedaan.

In 1856 sloten Engeland—Frankrijk het bekende tractaat met Noorwegen—Zweden, inhoudende, dat wij op geenerlei wijze aan Rusland * rechten, van welken aard ook, over eenig deel van onze landen zouden toestaan. Dit historische feit stemt tot nadenken.

Op dat tijdstip zijn de beide landen er dus van uitgegaan^dat Rusland wenschte zich heerschappij te verschaffen over Noorsch-Zweedsch land. Welke reden hebben zij daartoe gehad ?

Rusland is, zooals bekend is, op één na het grootste rijk der wereld. Het heeft geleefd van roof; van de laatste eeuw zijn er geen tien jaren verloopen, zonder dat het nieuw gebied van ongeveer de grootte van ons land aan zich heeft onderworpen; het strekt zich uit van den Stillen Oceaan in het oosten tot aan de Oostzee in het westen en van de Noordelijke IJszee tot bijna aan de Perzische Golf in het zuiden. Hier echter wordt het tot stilstaan gebracht, in het zuidoosten door Engelsche, in het zuidwesten bij Konstantinopel door TurkschOostenrijksch-Duitsche belangen, in het noordwesten door Zweden en Noorwegen. Deze toestand was voor Rusland onverdragelijk. „Het

Sluiten