Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. De politiek van een staat van den tweeden rang moet rekening houden met de verhouding, die er bestaat tusschen zijn eigen krachtigste belang en de naastbijliggende groote mogendheid. Nu zijn de cultureele belangen tegenwoordig de krachtigste belangen van ieder volk. De cultureele en geografische verhoudingen geven dus den doorslag^ Staat een groote mogendheid op een even hoog of op een hooger beschavingsniveau dan de kleine staat, dan zal die kleine staat er meer voordeel van hebben in vriendschapsverhouding te komen tot die naastbijliggende groote mogendheid dan tot andere groote mogendheden. Staat hij op een lager cultuurtrap, dan is de kleine staat vèrplicht zich van die groote mogendheid af te keeren en nadere aansluiting bij andere mogendheden te zoeken om zichzelf te beveiligen. Een alliantie dankt steeds haar ontstaan in de eerste plaats aan de cultureele en geografische verhoudingen der alliantie-zoekende staten. Men bedenke ook, dat het karakter een gewichtige rol speelt bij de bepaling van het beschavingsbegrip. De Germanen stonden in karakterbeschaving boven, in aesthetische beneden de overwonnen Romeinen; evenzoo stonden de Boeren in karakterbeschaving boven, in technische beschaving onder de Engelschen.

3°. Hiernaar is de positie der 3 a 4 noordelijke landen verschillend ten opzichte van de groote mogendheden, die hun buren zijn.

Wij stellen belang in het Slavische ras met zijn rijk en sterk ontwikkeld gevoelsleven, met zijn gevoeligheid, die voortkomt uit zinnelijkheid en onbevredigdheid. Zijn muziek en zijn dichtkunst trekken ons aan. Overigens echter is het op bijna elk gebied van beschaving zoo ver ten achter, dat wij ons moeilijk een grooter ongeluk kunnen voorstellen dan in een te enge verhouding tot dat ras te komen. Daarbij komen schrille tegenstellingen in politiek, ras, taal, geschiedenis, rechtsorde, godsdienst, inborst. Er wordt nu soms in een naïeve feeststemming gesproken van het vertrouwen in de heerlijke toekomst van het Russische volk, alsof het door de revolutie alle oude gewoonten van zich afgeschud had en nu kon optreden met Germaansch plichtsgevoel en streven naar beschaving. Alsof de verandering van politiek stelsel ook een verandering van karakter beteekende. Alsof een volk van millioenen dronkaards, 75°/o analphabeten, 99°/0 omkoopbaren, ieder met 999/1000 slaveninstincten, in staat was een vrij en eerzaam mensch even gemakkelijk na te volgen, als men een gekleede jas aantrekt. Er zou een buitengewoon groote arbeid noodig zijn, om het Russische volk in den loop van een paar geslachten tot die mate van karakter en verstand te brengen, die nu door de Germanen als het kenmerk van een fatsoenlijk mensch beschouwd worden.

De buitenlandsche politiek van Noorwegen en Zweden moet dus rekening houden met de scherpe cultureele tegenstellingen, waarin wij tot deze naastbijliggende groote mogendheid staan.

4°. Voor Denemarken evenals voor Nederland is de aangrenzende groote mogendheid Duitschland. Het Duitsche volk staat niet alleen dicht bij alle Scandinavische volken wat betreft ras, taal, godsdienst, politiek, geschiedenis, kunst, inborst, beschaving, maar het is in vele

Sluiten