Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzichten als de "leermeester der Scandinavische volken te beschouwen. Denemarken is daarom in zijn politiek er op aangewezen, de nauwere aansluiting aan deze groote mogendheid te zoeken, zoolang dit te vereenigen is met zijn eigen volksindividualiteit en staatsrechtelijke zelfstandigheid. Het is, zooals de Deensche admiraal Schiller heeft gezegd in een verhandeling: „Bedenkingen der Verdedigingscommissie" bladz. 346, vóór alles genoodzaakt met Duitschland rekening te houden. „Onze geografische ligging brengt mede, dat wij dichter bij de Duitsche machtssfeer zijn dan bij de Engelsch-Fransche, en daarom moeten onze politiek en onze verdediging ingericht worden in overeenstemming met dit onomstootelijk feit." Nu heeft Denemarken zich gedurende dezen oorlog wel voor altijd, zoover men dit kan berekenen, zijn zelfstandigheid verzekerd door zijn zeeëngten voor alle oorlogsvloten te sluiten. Had Denemarken tot het Duitsche rijk behoord, dan had Duitschland in Kopenhagen en jutland aangevallen kunnen worden. Het zou een uitgestrekte kwetsbaarheid gehad hebben. Thans kan Duitschland zich terugtrekken, zooals een oester in haar schelp. De zelfstandigheid en onzijdigheid van Denemarken beschermen Duitschland beter dan een pantser. En omgekeerd wordt de zelfstandigheid van Denemarken tegenover Duitschland weer hierdoor beschermd. Slechts dan zal Duitschland een gevaar voor Denemarken zijn, als Denemarken een gevaar voor Duitschland is.

Zelfs Engeland heeft het niet gewaagd te betwisten, dat Duitschland meester in de Oostzee is. Het is van belang hier er aan te herinneren, dat A. C. Drolsum in een artikel in „Nya Dagliga Allehanda" reeds in 1885 dit feit voorspelde. (Het artikel is opgenomen in „For Norges Sak" bladzijde 1 en volg. van dien schrijver). En het zal waarschijnlijk moeilijk vallen iemand, die van politiek op de hoogte is, te vinden, die de verantwoordelijkheid op zich zou willen nemen het ophouden dezer machtsverhouding te voorspellen.

5°. De verhouding van Duitschland tot Zweden wordt bepaald door de omstandigheid, dat het voor Duitschland voordeeliger is met een vriendschappelijkgezind Zweden, dat tegenover Rusland staat, te doen te hebben, dan met een vijandiggezind Zweden, dat op Rusland steunt. De Scandinavische scheidsmuur tusschen de mogendheden der Entente, dien vooral de Centrale mogendheden noodig hebben, wordt beter door Scandinavië zelf dan door de centralen in stand gehouden. Die kunnen zelfs niet wenschen aan aanvallen op de zeer lange west- en oostkust van Scandinavië blootgesteld te zijn. Zij kunnen geen betere bescherming hebben dan deze: dat de noordelijke staten zelve met wapenen en met de onschendbaarheid der onzijdigheid den scheidsmuur verdedigen. Dit geldt voor de verhouding der centralen zoowel tot Noorwegen als tot Zweden.

6°. Er bestaat dus de volgende tegenstelling in de verhouding van de Entente-mogendheden en die van de centrale mogendheden tot de noordelijke staten. De Entente moet een verdeeld, zwak en onzelfstandig Noorden wenschen, dat zij naar goeddunken kan behan-

Sluiten