Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

totdat zij voor hun eigen apostelen niet meer tot de volle waarde worden gedekt. De vrijheidspolitiek van den heer Branting ging een verbond aan met het Russische staafsdespotisme, het Engelsche staatsdespotisme, zijn volkenrechtelijk en kapitalistisch despotisme, tegen de beginselen van het Duitsche staatssocialisme, dat Bismarck inleidde. Het schijnt, alsof hij zelfs niet het onderscheid heeft ontdekt tusschen het wederzijdsch onverschilligheidsbeginsel, dat Engeland tot een hel der armoede heeft gemaakt, en het vrijheidsideaal, waarmede de Britsche politiek haar publiek verblindt. In zoover is het te begrijpen, dat de heer Branting zich aangetrokken gevoelt tot de Britsche staatkunde. Maar het wordt ook begrijpelijk, dat de Zweedsche Jongsocialisten hem niet langer erkennen als den drager der idealen van het socialisme.

6°. Maar de hooge beschaving van het Zweedsche volk heeft zich gedurende den oorlog opnieuw getoond. In geen andere pers in de wereld is met zooveel kennis van zaken over de wereldpolitiek gesproken, is men bewuster opgekomen voor de belangen-der menschheid, en zijn scherper woorden gezegd over die roofpolitiek, die voorgaf op te komen voor het welzijn van de kleine staten. Het treffendste antwoord, dat van de zijde der kleine staten gedurende den oorlog gegeven is, was dat-van minister Hammarskjöld, toen de Ententemogendheden wedijverden om de aandacht af te leiden van de Russische gewelddadigheden in Finland en de rechtsschending op de Alandseilanden met verzekeringen van het diepe en innige gevoel dezer mogenheden voor Zweden. Hij zeide, dat het zeer aangenaam was deze mooie woorden over de vriendschap in het westen en het oosten te vernemen. Maar Zweden had minder behoefte aan vriendschap van andere staten dan aan hun respect.

Een volk, welks regeeringsvertegenwoordiger den humbug van opdringerige vriendschap op zoo rechtsgeldige wijze en zoo voornaam kan afwijzen, is een volk met nationaal bewustzijn. En het heeft niet alleen wijze woorden gesproken, het heeft ook van de onzijdige staten de degelijkste economische buitenlandsche politiek gedurenden den tegenwoordigen oorlog gevoerd. Door een snel besluit tot een algemeen uitvoerverbod heeft het zich den zekeren grondslag voor een compensatiepolitiek verschaft, die andere landen zich hebben zien ontgaan, omdat zij aan hun kooplieden de vrije hand lieten. En door deze compensatiepolitiek heeft het zich beveiligd tegen de uittartingen van het nationale bewustzijn, de aanvallen op de souvereiniteit van een onzijdigen staat, waarvan men elders in het noorden voorbeelden heeft gezien. En toch is de toestand ook voor Zweden zorgelijk. Het staat zoo, dat Zweden's verantwoordelijk bestuur geen geloof schenkt aan Rusland's verzekeringen van vriendschap en vredelievende nabuurschap. Het verwacht vroeg of laat den overval, die het land ten noorden van Kiruna en tot Narvik in Russische handen zal brengen. Het rust zich uit met inspanning van alle krachten om den aanval te weerstaan, gelooft echter nauwelijks, dat een overwinning mogelijk is. Aan Engeland's strijd voor de zaak der kleine natiën gelooft het evenveel als aan Judas, en aan Frankrijk zooveel

Sluiten