Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwetsende in deze behandeling en het daaruit voortkomende wantrouwen in het Pruisische politieke rechtsgevoel, dat voor de Deensche meening beslissend was. Het was dus zonder twijfel een politieke misslag van Pruisen, dat het geen middelen heeft gevonden om tegenover Denemarken de verplichting te vervullen, die het.tegenover Oostenrijk op zich had genomen, ofschoon het dat niet behoefde te doen. Elke Duitscher zal kunnen antwoorden, dat het geen onrecht van Pruisen tegenover Denemarken kan geweest zijn hetzelfde te doen, wat Denemarken tegenover Pruisen wilde doen; dat aan Denemarken een volkenrechtelijk goed gemotiveerde schikking, in overeenstemming met het nationaliteitsbeginsel, werd aangeboden op de conferentie van Londen, maar dat Denemarken die afwees, waardoor het Pruisen dwong tot nieuwe offers aan menschen en middelen voor den rechtmatigen eisch; en dat aan hem, die een billijke schikking van de hand wijst en die zijn tegenstander dwingt daarvoor offers te brengen, de onkosten plegen te worden opgelegd. Dit alles is juist genoeg. En toch zou de verhouding beter geworden zijn, als Bismarck's politiek gevolgd was. Duitschland zou in Denemarken een standvastigen, trouwen vriend en een voortreffelijken steun hebben kunnen krijgen. Door de verplichting te erkennen, zou het het bewijs geleverd hebben,, dat zijn politiek tegenover Denemarken niet werd beheerscht door zijn overmacht, maar door zijn vriendschap als buur. Door dit na te laten, heeft het in Denemarken de vrees gewekt, dat het slechts een kwestie van tijd was, dat Duitschland zijn overmacht agressiever zou toonen.

Het is zeker, dat Keizer Wilhelm II wenschte in een zoo goed mogelijke verhouding lot zijn buren te komen en tot dat doel belangrijke concessies wilde doen. De verhouding tot Denemarken was echter vóór zijn troonsbestijging geregeld. Door een handeling in de aangeduide richting zou hij de handelwijze van zijn voorgangers gedesavoueerd hebben en een vonnis over hun politiek en rechtsbeginselen uitgesproken hebben. In hoever het hem staatsrechtelijk mogelijk zou zijn geweest, dit is tenslotte een nieuwe vraag. Door dit alles is de Deensche meening gevestigd. Intusschen kan men een protest niet onderdrukken tegen het politiek gebruik, dat van het arme Noord-SIeeswijk gemaakt wordt. Men kan onbillijk oordeelen door een verkeerden maatstaf aan te leggen. Als b.v. de misdaden van de Britsche regeering tegen Ierland met denzelfden maatstaf gemeten worden als die van de Duitschers in Noord-SIeeswijk, dan zou men er niet aan toe komen de Sleeswijkers te noemen. En het geeft een kijk op de hooge kunst van de Engelsche politiek, dat het haar mogelijk is geweest de discussie over onderdrukte natiën af te leiden van haar eigen gebieden en van die der andere Entente-mogendheden.

3°. Dat Denemarken deze houding tegen Duitschland heeft aangenomen is begrijpelijk. Daarentegen is het moeilijk te begrijpen, waarom men in Denemarken Engeland en Rusland zoo lief heeft. „Denemarken's ongeluk was, gelijk bekend is, niet 1864, maar 1801,1807 en 1814. En 1814 kwam als een gevolg van 1807. Toen de Deensche en Noorsche vloot verloren ging, scheurde de band tusschen de twee landen. En

Sluiten