Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de misdaden van deze jaren werden Denemarken niet aangedaan tengevolge van fouten, die het zelf had begaan, zooals bij SleeswijkHolstein, maar zonder verzachtende omstandigheden, die tot verontschuldiging of rechtvaardiging konden dienen. In zijn verhandeling van '64 over „de oorzaken van Denemarken's ongeluk" bladz. 51—52, schrijft Orla Lehmann: „zonder in eenig opzicht door Denemarken beleedigd te zijn, had het („het" is Engeland) onze zeemacht, onzen handel en onze scheepvaart vernietigd, onze weerlooze hoofdstad plat gebrand, voor een geheelen menschenleeftijd onze welvaart gebroken en heeft het meegedaan ons te laten boeten voor het door het verlies van Noorwegen geleden onrecht". Hoe kan men dit nu zoo geheel en al vergeten? Dat Engeland een groot afnemer van Deensch spek en van Deensche boter is, kan geen reden zijn voor politiek vertrouwen.

En Rusland? Welks Keizer, bij de overeenkomst van Abo in 1812, onder zekere voorwaarden aan den Zweedschen kroonprins de helft van het rijk van zijn Deenschen bondgenoot, den Koning'van Denemarken, aanbood? Als de Deensche openbare meening welwillend staat tegenover de Entente en onvriendelijk tegenover de centrale mogendheden, dan schijnt het, dat zij belangrijke geschiedkundige gebeurtenissen heeft vergeten.

4°. De Deensche openbare meening, maar gelukkig voor Denemarken niet de Deensche politiek. Een klein land is er op aangewezen bij zijn houding rekening er mee te houden, met welke groote mogendheden het zijn hoogste belangen deelt. En de Deensche politiek weet zeer goed, dat het een politiek toeval is, dat de gebeurtenissen van het jaar '64 kwamen n4 die van 1801,1807 en 1814. Zij heeft groot wantrouwen tegen alle groote mogendheden. En bovendien kan Jutland's geografische verbinding naar het Zuiden toe nu eenmaal niet afgesneden worden. Het Deensche volk heeft een helder hoofd en een open zin voor de werkelijkheid tevens gezonde vrees voor alles wat „boven de krachten" gaat. Het 'volk, dat grimlachte, als de politici van een bepaalde groep van mogendheden hun oorlogsmotieven met idealen drapeerden, is de natie der relatieve begrippen onder de volken van Europa. Zij heeft tot haar geluk gedurende den oorlog ook goede, reaalpolitici gehad, b.v. iemand als Borgbjerg, den leider van de sociaal-democratie, de verpersoonlijking van den Deenschen zin voor de werkelijkheid. Een man zonder vrees, wien het ernst is met den eisch een vrij mensch te zijn.die gelijkwaardig is met iedereen, geadeld, doordat hij uit overtuiging sociaal-democraat is, en bereid de volle waarheid als een bom tegen elk aangematigd voorrecht te slingeren, ook tegen het voorrecht van zoogenaamd idealisme.

Daarnaast heeft het kleine Deensche volk politieke overlevering, Germaansche kennis van zaken en Gallische helderheid in het formuleeren van .zijn gedachten. Er is wel in de ziel van geen Deen twijfel over opgekomen, dat men zich met hart en ziel onzijdig zou houden in zijn politiek. De Deensche minister van buitenlandsche zaken heeft op dit punt onverdeelde instemming gevonden. Bovendien waren er waarschijnlijk niet heel weinigen, die Duitschland's moeilijkheden met eenig leedvermaak zagen en daarvan genoten als van een kleine revanche voor 1864. Maar een niet gering aantal in de politiek be-

Sluiten