Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodoende krachtig toe mede om de erkenning van het jaar 1905 voor te bereiden. In dat jaar was Duitschland de eerste staat, die Noorwegen als zelfstandig erkende. In den tijd daarvoor en daarna toonde Keizer Wilhelm ons land een belangstelling, die berustte op een gevoel van verwantschap, op een Germaansch rasgevoel, en die gepaard ging met een liefde voor de natuur, voor de eigenaardigheden van ons land. De gevoelens van den keizer voor ons volk kwamen aan den dag bij rampen in ons land, en uitten zich in belangstelling voor onze geschiedenis, ons middeleeuwsch heiligdom te Drontheim, en zij hebben in den vorm van belegging van Duitsch kapitaal en den inbreng van Duitsche industrie economische waarde verkregen.

Er heerschte derhalve in Noorwegen en Duitschland algemeen de opvatting, dat de twee volken in innige vriendschapsverhouding tot elkander stonden. Het is ook niet zoo lang geleden, dat verschillende van onze landgenooten hier in het noorden er in wedijverden om voor den bijzonderen vriend van den Keizer door te gaan. Later hebben zij even ijverig geloochend in eenige verstandhouding tot hem te staan, en in diezelfde kringen werd nu kwaad van hem gesproken of zweeg men, als anderen kwaad spraken. En het heeft diepe teleurstelling in beide landen gewekt, dat het anders geworden is. De redenen daarvoor zullen wij nagaan. Zij zijn te verdeelen in twee groepen: redenen voor sympathie met de Entente en redenen voor antipathie tegen de centrale mogendheden.

2°. Voor de eerstgenoemde zijn er vele en voor de hand liggende. Het eigenaardige verlangen naar het westen in de richting van de zon, dat een ethnologische eigenaardigheid is, hult ook steeds de volken van het westen in een bijzonderen, verleidelijken glans. Deze algemeene richting van het gevoel wordt hier in Noorwegen nog versterkt door de natuurlijke aantrekkelijkheid der zee» die ons eveneens uit het westen wenkt, en door den levensarbeid ter zee, dien een van de leden van bijna ieder huisgezin of van iedere familie hier te lande heeft. Hierdoor öntstonden nauwere banden met Engeland in het westen. Nog meer echter werden de Vereenigde Staten van Amerika met het Noorsche volk verbonden. Meer dan een millioen Noren wonen daar en maken zich de Engelsche taal eigen. Maar over de Vereenigde Staten komen weer aanknoopingspunten met Engeland tot stand: Men heeft gedurende honderden jaren geografisch en in taalkundig opzicht met Amerika verbinding gehad over Engeland. Reeds daardoor is een geheel toevallig, maar krachtig gevoel voor Engeland ontstaan. Bij deze banden, gelegd door den zeemans- en boerenstand, komen die van den koopmansstand. De wereldhandel van het Britsche rijk, zijn wereldtaal, wezen aan onzen handelsstand zijn sfeer van werkzaamheid aan. Onze handel was vooral vroeger grootendeels overzeesche handel, die vaak via Engeland ging, en overal kon men zich met de gemakkelijk aan te leeren Engelsche taal redden. Daarbij kwam een zekere coulante manier, die de Engelschen bij het zaken doen kenmerkt. Zij hebben op geen gebied des levens de stipte nauwkeurigheid der Duitschers, men vindt ze daarom „royaler", gemakkelijker en aangenamer in het zakenleven.

Sluiten