Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

De solidariteit der noordelijke landen.

1°. De oorlog heeft iederen kleinen staat doen inzien, welk een ongeluk het is zwak te zijn. Het beginsel, dat tot dusver in de verhouding tusschen sterke en zwakke staten heerschte, was, in het algemeen genomen, dit: de sterke staat maakt zich meester van alle waarden, die de zwakke niet kan beschermen.

Men zou meenen, dat het niet anders kon, of de zwakke moesten nu alles doen, wat mogelijk was, om sterker te worden. Daarnaar zouden zij moeten streven met alle kracht, die hun politieke idealen hun schenkt, ja met de kracht, die hen drijft tot zelfbehoud: een overwonnen volk is niet gevrijwaard voor ondergang. — Wee de overwonnenen!

En de noordelijke landen zouden werkelijk een zeer aanzienlijke macht kunnen worden door een verbond van 20 millioen menschen. Men zou voorwaarden kunnen stellen en respect afdwingen. In zijn verhandeling „Bij de Dardanellen en bij ons" (bladz. 20) heeft de militaire criticus B. W. Nörregaard over Noorwegen gezegd, dat „wij in de zeeboezems, die naar de meeste onzer voorname steden voeren, een verdedigingsmiddel bezitten, dat het tot een gewaagde en moeilijke zaak voor een vijand maakt om tot den aanval over te gaan." — Als een der voornaamste militaire critici van den tegenwoordigen tijd verdient de schrijver bijzonder de aandacht i). De mogelijkheid van die verdediging wordt bevestigd door de „Westminster Gazette", die den 8sten Februari 1917 schrijft: „Door den duikbootoorlog zullen zelfs de kleine natiën het in hun macht hebben zich zoo te wapenen, dat zij een ernstige bedreiging zelfs voor de machtigste natie worden." „De triomf der duikbooten brengt waarschijnlijk mede, dat de kaapvaart en alles wat daarbij behoort, moet wegvallen." — „Voor een klein zeevarend volk als het onze zou dit een van de grootste vorderingen beteekenen, die de beschaving heeft gemaakt". (N. Gjelsvik: Syn og Segn Mei 1917).

De verdediging van Noorwegen is ondanks de lange kust mogelijk en zou ook Zweden krachtdadig beschermen, zoodat men dan in verband met de andere strategische voordeden der noordelijke landen voor een bondgenootschap van het Noorden de beste verwachtingen kon hebben. Maar dan moesten natuurlijk al die minderwaardige gevoelens, die nu bij sommigen aan den dag komen, uitsterven ; men moest

1) Als leek heeft schr. niet het recht een persoonlijke meening over de genoemde militaire autoriteit uit te spreken. Hetgeen boven over den militairen criticus Nörregaard wordt gezegd, is ontleend aan een oordeel in de hoogste militaire instelling van dezen tijd tegen schrijver geuit, waar men wel niet met vreugde zag, dat de plannen door een buitenlandsch militair voorzien werden.

Sluiten