Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het publiek. Dit neemt onwillekeurig hetzelfde punt van uitgang als de redenaar of schrijver. De woorden „zoo handelen, beteekent breken met alle menschelijke wetten" stellen de bedoelde zaak open voor debat. De woorden „daar hij hiermede alle menschelijke wetten heeft gebroken" stellen de zaak als een vaststaand feit buiten discussie. En de opvatting van het publiek volgt na. De politicus rekent met psychologische wetten en leidt de menschen met behulp daarvan. Door te verzwijgen, door in het licht te plaatsen, door op den voorgrond te stellen, waar het hem past, en door frazes kan hij zijn publiek naar zijn wil in vuur. brengen, als hij maar op de juiste wijze weet te pakken. De meesten hebben b.v. iets romantisch, een zekere hoeveelheid idealiteit, zij hebben het gaarne over de vergankelijkheid van het leven en de plichten, die men zich in verband daarmede denkt. Het materieele belang van den demagoog tracht zich nu het ideëele belang van anderen als politieke kracht ten nutte te maken en zich zeiven te dekken achter een vorm, die zijn karakter verbergt. Een voorbeeld: De Romeinsche stelregel „verdeel en heersch" is een tendentieus belang van hooge waarde voor de buitenlandsche politiek. Voor elke groote mogendheid is een andere groote mogendheid een gevaar, een hindernis voor haar heerschzucht. Men leze b.v. de rede van den Engelschen minister van buitenlandsche zaken van 3 Augustus 1914. — Het middel om de grootste macht te worden, is nu andere groote mogendheden in haar deelen op te lossen en te verhinderen, dat de reeds bestaande deelen zich tot een geheel vereenigen. Daarom heeft Engeland, nadat het het overige Europa onder zijn macht gebracht heeft, de oplossing van Duitschland en van Oostenrijk-Hongarije in kleine staten op zijn programma gezet. (vgl. Entente-nota van 11 Januari 1917). Maar het Romeinsche motto werkt in dien vorm afstootend. Dat zelfde resultaat kan men echter ook verkrijgen onder de leus: de onderdrukten te bevrijden, het zelfbestemmingsrecht der volken te erkennen, de wereld van het „militarisme" te verlossen, het „nationaliteitsbeginsel" hoog te houden, of met het oog op deelen, die men niet gaarne tot een geheel en tot een macht vereenigd zou zien, door „de kleine staten te beschermen". Door deze „bescherming" werkt de groote mogendheid den wensch der kleine staten tegen, om zich zeiven te beschermen door aaneensluiting en zoo een macht te worden.

Ook de handigheid van den politicus om zijn medemenschen te begrijpen en hun meening te beïnvloeden, is afhankelijk van voorbereiding. De parlementaire staten hebben oefening in de kunst, maar voor het Britsche volk komt hierbij nog een bijzondere aanleg, die buiten de politiek om ontwikkeld is. De meest ervaren menschenkenner is noch de politicus, noch de zielverzorger, noch de arts of de onderwijzer. De agent is het. Een professor in de psychologie is een kind, wat menschenkennis betreft, bij hem vergeleken. Niemand is zoo geoefend om te berekenen, wat anderen willen en heeft een dergelijke vaardigheid zijn menschen „in te palmen", zoodat zij willen, wat hij wil. — Het Britsche volk, dat zich de naam van het „handelsvolk der wereld" heeft verworven, is door zijn werkzaamheid als wereldagent psychologisch

Sluiten