Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die het niet begaan zou, zelfs op gevaar van de galg. Dus als strijd voordeel brengen kan, zal het kapitaal dien bevorderen". „War" is „business" geworden. Wanneer iemand alle rijken dezer wereld en hun heerlijkheden worden voorgehouden en aangeboden, als hij slechts wil nederknielen en dezen „vorst der wereld" wil aanbidden, dan kan dit lokkende vooruitzicht hem in verzoeking brengen. En het tegenovergestelde ideaal: het rijk, dat niet van deze wereld is, te zoeken, is ongetwijfeld weinig practisch en geheel en al onvereenigbaar met „common sense". Als Engeland het tot een zoo respectabele uitgestrektheid als een vierde van alle rijken der wereld te zamen en drievierden van haar heerlijkheden aan goud heeft gebracht en zoo het grootste rijk der wereld is geworden, dan is dit niet gelukt alleen door neder te knielen en „dat wat aan gene zijde" is te aanbidden — ofschoon zulk een vroomheid ook gebleken is soms „practisch" te zijn — voor de doeleinden dezer wereld.

Deze Engelsche levensbeschouwing heeft zich verspreid over de Vereenigde Staten, groote gedeelten van Europa en van Japan, en zij heeft, over het geheel, de Engelsche verovering der wereld op den voet gevolgd. Men zou het de Anglo-Amerikaansche levensbeschouwing kunnen noemen. Zij heeft een vaste plaats in het huiselijk leven en in de staatkunde gekregen. Vroeger werd zij door godsdienst, rechtsbeginselen, kunst en plichtgevoel in toom gehouden. Toen die in later tijd verandering ondergingen, stond men open voor de EngelschAmerikaansche verafgoding van het goud. — Het is gemakkelijk genoeg te zien, dat, als menschelijke wil in het algemeen de oorzaak van iets kan zijn, zulk een wil de veroveraar van veel goud en land moet worden.

5°. Richt men daarentegen de aandacht naar Duitschland, dan vindt men op belangrijke punten een scherpe tegenstelling met Engeland.

Duitschland bezit niet groote gedeelten der wereld. Ofschoon zijn bevolkingscijfer anderhalf maal zoo groot is als dat van Groot-Britannië, heeft het niet het tiende deel van de bezittingen van Engeland, waarvan men de materieele waarde kan aangeven met den naam veroverd landgebied. Daarentegen is Duitschland het centrum van het geestesleven der geheele wereld geworden, het meest universeele van alle landen, de universiteit der wereld, waar de kunst niet minder dan de wetenschap haar zetel heeft. In Duitschland staat het geestesleven boven alles. Dat zoekt Duitschland overal. Wat gedachte en gevoel kan verrijken, waar het ook te vinden is, daarnaar zoekt de Duitsche geest: hij wil niet alleen kennen, hij wil erkennen. De Engelschman graaft niet ijveriger naar meer goud dan de Duitscher naar het menschelijke. Is het Engelsch motto „zichzelf genoeg te zijn", het Duitsche is: „niets menschelijks mag mij vreemd zijn". Dit zou de Duitschers er toe kunnen brengen de waarde van anderen op kosten van die van zich zelf te overschatten. En met eenig recht kan men daarover klagen. Maar de strenge karaktertucht, waaraan hij door zijn militaire opvoeding onderworpen wordt, en die hem een sterk plichtgevoel geeft, gaat dit tegen en bindt den Duitscher aan de voorstelling van iets volstrekt geldends: de plicht van den enkeling zijn leven ten offer te brengen voor de velen, de plicht

Sluiten