Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreffen, of zijn onafhankelijkheid of levensbelangen, niet konden worden onderworpen aan het scheidsgerecht. De oneenigheid liep over de vraag, wanneer men zich op deze „eerclausule" zou kunnen beroepen, en verder over de formuleering van deze overeenkomst. Het gerechtshof zou werkzaam zijn ten opzichte van recht s-geschillen, niet ten opzichte van botsingen van belangen. De politieke en juridische aangelegenheden moesten ten opzichte van elkander afgepaald worden. Daarover waren allen het eens. Maar daarmede hield ook eigenlijk de overeenstemming op. Door Portugal was een voorstel ingediend tot gedwongen scheidsgerecht zonder eerclausule bij een reeks van rechtszaken, en vele staten steunden dit voorstel. Maar er waren meeningsverschillen tusschen hen over de beteekenis van het voorstel, over welks redactie zij het eens waren geworden. Meeningsverschillen betreffende de grens tusschen rechtsgeschil en politieke belangen, aangaande den procesvorm, de juridisch bindende kracht van het verdrag, de rechtswerkingen van het vonnis van het scheidsgerecht in de verschillende landen, en tal van andere punten. Naar Duitschland's meening zou een dergelijke overeenkomst op zoo tegenstrijdige praemissen meer strijd onder de staten in het leven roepen dan voorkomen En van datzelfde gevoelen waren ook verschillende andere staten

Duitschland en de volgende staten: de groote mogendheden Italië, Japan, Oostenrijk-Hongarije, bovendien België, Bulgarije, Griekenland Luxemburg, Montenegro, Roemenië en Zwitserland stemden niet voor bedoeld voorstel. Waarom? Om strijd te voorkomen, die door het voorstel kon ontstaan. Duitschland diende zelf een voorstel in over den procesvorm om dat gevaar af te wenden. Andere mogendheden wezen het af. En de Duitsche regeering verklaart, evenals die van Oostenrijk-Hongarije, dat zij het voornemen heeft voort te gaan met het sluiten van afzonderlijke tractaten, waarin zij de clausule betreffende het gedwongen scheidsgerecht wil opnemen. OostenrijkHongarije drukt dat zóó uit, dat het daarmede bedoelt: „rechtsdraden aan te knoopen, die ten slotte een heel net van internationale rechtsverhoudingen kunnen vormen" als basis voor een alle gevallen omvattend gedwongen scheidsgerecht. De beide staten verklaren, dat zij de rechtsbasis door rechtsbepalingen willen opbouwen, welker draagkracht zij kunnen overzien, en die daarom niet zelve conflicten kunnen scheppen, in plaats van deze te verhoeden. Behalve dat zij daarop beide te kennen geven het beginsel van het internationaal gedwongen scheidsgerecht te erkennen zeggen zij nog, dat de meeningsverschillen over de voorstellen, die' het beginsel tot algemeene geldigheid zouden brengen, „slechts van juridischen , formeelen, niet van principieelen aard waren.

Iedereen weet, dat b.v. onze eigen eenigszins belangrijke wetten bijna alle pas een 10 tot 20 jaren nadat ze ingediend waren, tot stand kwamen. Zij zijn den eenen keer na den anderen door hun eigen principieele aanhangers verworpen, omdat de vorm, waarin zij werden ingediend tegen de werkelijke bedoeling van het beginsel inging

Sluiten