Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vallen, „om het evenwicht tusschen de staten te "bewaren" Deze zin is,f zooals men weet, de formule, waarachter Engeland zijn „aanspraak op het volkenrechtelijk despotisme tracht te verbergen. Zii onthult echter dat Engeland in 1911 niet van zins was de onzijdigheid van België te eerbiedigen

Dit plan van Engeland tegen België was de aanleiding tot den in marseti der Duitschers. Het Duitsche legerbestuur kende het plan reeds vóór de indiscretie van Lord Roberts. Maar door hem en door een Engelsch militair attaché kreeg het de bevestiging er van Daarom leidde het deelnemen van Engeland aan den oorlog tot den Duitscheninmarsch. Toen Engeland het aanbod van Duitschland om België onaangetast te laten, als Engeland onzijdig wilde blijven, (Bluebook No. 123) van de hand wees, wist Duitschland dus van authentieken kant, dat

M ZCi ■d0u°,r België heen aangevallen zou wordén.

Was Duitschland wat minder eerlijk geweest, en had het zich de S?/8-30 °le E"ge,sche P°litiek eigen gemaakt, dan zou de opmarsch ingeleid zijn met een proclamatie aan de wereld, dat „het kwam krachtens zijn bij verdrag tegenover België op zich genomen verplichtingen om ge gie te beschermen tegen de op handen zijnde schending van de Belgische onzijdigheid door Engeland en Frankrijk". — In het oosten aangevallen door Rusland, in het westen door Frankrijk, in het noorden door Engeland, en ingesloten door de Engelsche vloot, die driemaal zoo groot als de Duitsche was, had Duitschland geen keus. als het

tmpn?rintaanVall.Wf5rstand wilde bieden- Het wist' dat Fransche troepen het plan hadden naar de Maas-Qivet-Namen te marchee-

vfmZVTL0* s'rate^che redenen de gevolgtrekking moest worden gemaakt, dat de Fransche generale staf .voornemens was een inval in Duitschland te doen (Duitsch Witboek No. 27). * 2°in,?e/raag' die Duitsctl'and tweemaal, den 2den en den 7de» Augustus 1914 tot de Belgische regeering richtte, was: of België den doormarsch der Duitsche legers over Belgisch gebied niet zou verhinderen. In dat geval bood Duitschland volledige schadeloosstelling aan en verplichtte het zich aan België alles, wat het zou leenen in evfn goédeï toestand weder af te leveren en België's volledige integriteit bij het £Ë! hT J*" VoCde te waarl>orgen. Dit was een vraag van veelIrliT b.etfeken,s- BlJ"a geen oorlog der wereldgeschiedenis is gevoerd, zonder dat een onzijdig land den doormarsch van vreemde troepen heeft moeten toelaten. Bij de Haagsche conferentie van 1907 No 5

nnJfw P3a d; dat ee? °nzij'dig land onschendbaar moet zijn, en dat een onzijdige staat geen doormarsch mag toelaten. Dit wil zeggen, dat de onzijdige staat verplicht is te protesteeren. Daarentegen is hij niet verplicht den opmarsch met geweld van wapenen te verhinderen. Het blijkt ook uit artikel 10 van dezelfde conventie, dat iet nS* wordt S„als een vijandelijke handeling, als een onzijdige staaThe schenden van zijn onzijd.gheid „zelfs met macht" tegengaat. Dit veronderstelt, dat een tegengaan zonder uitoefening van macht reeds de verplichting vervult, die de onzijdige staat heeft om geen schendig

Sluiten