Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matig protest der Belgische regeering te storen." .„Het onrecht dat wij daardoor plegen, zullen wij trachten weder goed te maken, zoodra ons militair doel bereikt is." De rijkskanselier gebruikt het woord „onrecht ten opzichte van België, ofschoon deze handeling voor Duitschland als tioodweer rechtmatig is. Het is in overeenstemming met de gewone juridische theorie, dat noodweer eigenlijk geen recht is, maar een reden tot vrijspraak. Deze begripsbepaling is onjuist. Zoowaar het een bezondiging is, zichzelf niet meer mee te rekenen en het geheel en al op te geven, zoowaar is noodweer een plicht en het nalaten daarvan een onrecht. Dit is het standpunt, dat de rijkskanselier in beginsel zelf inneemt. Hij zegt, dat nood alle wetten breekt Volgens de hoogere wet, die nog ongeschreven is, moet een volk in nood handelen; volgens dat, wat volgens Ibsen „boven de wet schiti61? L ï~ Y*an tal,00ze ziJde is den rijkskanselier het verwijt gemaakt, dat hij zelf dit onrecht tegenover België heeft „toegegeven".

De Entente heeft over deze verklaring gejubeld. De vroeger genoemde Noorsche professor natuurlijk ook, en velen met hem. Dit leest men er uit, als men uit de rede van den kanselier de woorden schrapt, die de verhouding tot België in onmiddellijk verband brengen met het noodrecht, dat, volgens de tractaten van de Haagsche conventie, Duitschland aanspraak geeft op „bescherming door de wetten der menschelijkheid''. Daarentegen schijnt men consequent blind te zijn voor uf-,maiinelljke eerhJkneid> die uit de bekentenis van den rijkskanselier blijkt. Men schijnt de tactiek van de Engelsche methode te willen die zeker de verklaring over den inmarsch zou hebben ingeleid met een toornige aanklacht tegen België, dat het Britsche rijk noodzaakte zich tegen Belgische laagheden te verdedigen - gelijkend op de methode die later tegen Griekenland werd gevolgd.

Duitschland zou er hier anders wel toe gerechtigd geweest zijn. Een lange reeks van Belgische vestingen versperde den weg naar Duitschland en een groot onversterkt vlak land stelde de grens voor Frankrijk open'. Daardoor was de toestand geschapen, die voor Duitschland gevaarlijk werd doordat Frankrijk in de verzoeking kon komen een onverwachten aanval te doen. Dit was geschied met behulp van Fransche vestingingenieurs en in overleg met Frankrijk. Dit alleen was dus bewijs genoeg, dat België zich op niet neutrale wijze had aangesloten bij de eene partij i) Het archief van het Belgische ministerie van buitenlandsche zaken bevat ta rijke andere bewijsstukken hiervan. Den rijkskanselier was dit ook wel bekend. Maar hij kon de bewijzen er voor niet leveren ten deele om personen, die daardoor in gevaar konden komen' niet te compromitteeren. Hij gaf er de voorkeur aan openlijk te verklaren, dat hij gehandeld had tegen het formeele recht, maar in overeenstemming met het hoogere moreele recht van noodweer. Dat zij het

1) Bij een bezoek aan Waterloo, eenige jaren vóór den oorlog en na 1904, zeide de wachtmeester die het gezelschap rondleidde, waartoe ook schr. behoorde, dat zij in de laatste jaren dikwijls en telkens meer bezoeken van Fransche en Engelsche officieren kregen. Mijn medebezoeker, een Engelsch kolonel, gaf den wachtmeester een teeken, aat hij zijn mond moest houden.

Sluiten