Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nog meer: wij hebben ons ook met onzen uitvoer naar de eischen der Entente gevoegd, niet met den uitvoer van oorlogsmateriaal, maar van levensmiddelen.

Dus: de onzijdigen hebben meer of minder — Noorwegen wel het meest —:

1°. hun eigen rechtspositie (zoowel rechten als plichten) tegenover de eene groep van mogendheden opgegeven en zich door de andere partij „op rantsoen laten zetten", zooals de Engelsche blokkade-minister Cecil het genoemd heeft;

2°. het recht der centrale mogendheden, om hun vreedzamen handel door onzijdigen voortgezet te zien, opgegeven door met allen doorvoer van goederen door onzijdige landen op te houden.

3°. hun eigen uitvoer naar de centrale mogendheden van waren, die geen oorlogsartikelen maar levensmiddelen waren, te staken, en

4°. hebben wij door het te dulden niet alleen onze eigen rechten naar den eenen kant opgegeven, maar bovendien ook hem gesteund, die ons daartoe heeft gedwongen.

Er bestaat een onderscheid tusschen het vervoer van levensmiddelen en oorlogsmateriaal. De eerste dienen ertoe menschenlevens te behouden, de laatste de menschen van het leven te berooven. Naar het verbod van de eene partij hebben wij ervan afgezien de andere partij levensmiddelen toe te voeren, b.v. door de beroemde bepaling van den 18den Augustus 1916. Daarna hebben wij de eene partij gediend door haar volgens haar wensch oorlogsmateriaal, b.v. steenkolen, te bezorgen.

Voor welke rechten zouden de onzijdige staten nog willen opkomen, als zij zich de overtreding van de conventie van Parijs van 1856 hebben laten aanleunen en de afsluiting van de Noordzee, en zich de order van 19 April 1916 en van 21 Februari 1917 hebben laten welgevallen, eerst morrend en later stilzwijgend.

De aanleiding daartoe moet wel voornamelijk worden gezocht in de verleidelijke winst. Zulke „hooge", „zuivere" winsten heeft de Noorsche vloot nooit kunnen incasseeren.

Wij hebben dus tegen Engeland's overtreding van het volkenrecht eerst geprotesteerd, daarna hebben wij toegegeven, en teji slotte hebben wij onszelve in den dienst dezer overtreding van het volkenrecht gesteld. Wij hebben medegeholpen om de eene groep van mogendheden uit te hongeren, wij hebben anderen gesteund om die uithongering voort te zetten. Met andere woorden: wij hebben gepleit met een schijn van onzijdigheid, maar wij hebben geprofiteerd door die onzijdigheid te overtreden.

90. Dit is wat aan den duikbootoorlog ten grond ligt. Welk recht heeft de handelwijze van de Entente aan de centrale mogendheden gegeven? En welk recht de handelwijze der „neutralen"?

Tegen de inbreuk op het recht kwam den benadeelden een recht van vergelding toe, en het toevoegen van een schade, die bij den aanval niet rechtmatig is, wordt rechtmatig bij de verdediging. De oorlog-

Sluiten