Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rechtsovertredingen, waaraan men is blootgesteld. Daar men dus in werkelijkheid zelf niet wil aanvaarden, dat het volkenrecht dood is, moet men zich trachten te verplaatsen in de rechtsbeginselen en daarnaar trachten te handelen. Er kan worden vastgesteld, dat de rechtsideeën in de laatste eeuw, sedert de nota's van Bernstorff en Jefferson, niet minder geldig zijn geworden.

Dit beginsel is immers nog kort geleden in 1913 hernieuwd. In 1913 had Wilson er belang bij er aan vast te houden en later, in 1914, toen Wilson voordeel van het tegendeel had, werd het geschonden. Maar al bestaan er misdadigers, daarmee wordt de ideëele geldigheid van het recht toch niet opgeheven.

10°. De eischen, die een rechtsidee in dit opzicht aan de menschheid stelt, zijn dan de volgende: Tegenpver een gevaarlijken aanval heb ik het recht noodweer toe te passen, onverschillig van wien de aanval uitgaat, en of het geschiedt om mij te schaden dan wel om den aanvaller van dienst te zijn. Als het rechtsbesef van den onzijdige door het noodweermiddel wordt beleedigd, dan moet hij eerst zijn standpunt ten opzichte van den aanval, waartegen noodweer wordt toegepast, onderzoeken. Als de onzijdige heeft toegelaten, dat een onrechtmatige aanval plaats had, dan moet hij ook dulden, dat een daaraan beantwoordende verdediging plaats vindt. Als men zich niet tegen den aanval heeft verzet, kan men zich ook niet tegen de verdediging verzetten. De solidariteit van de menschheid is uitdrukkelijk erkend en vastgesteld in de Haagsche conventie van 1907, zoowel in de inleiding als op verschillende andere plaatsen, als een voorwaarde van elk streven naar recht. Het is de plicht van eiken onzijdige deze samenhoorigheid hoog te houden, en, als hij niet de kracht heeft eerbied voor de gekrenkte rechtsregelen af te dwingen, dan is hij tenminste verplicht, hem, die het recht schond, niet te steunen, bijvoorbeeld: Door de afsluiting der Noordzee trachtte men een volk uit te hongeren. De onzijdigen protesteerden tegen het onrecht. Niet tegen het onrecht, dat men het aangevallen volk aandeed, maar alleen tegen onrecht, dat de onzijdigen daardoor leden. Maar zij hadden geen macht hun eigen recht te doen gelden. Daarentegen was het hun wel mogelijk de voordeden, die de eene partij uit de rechtskrenking kon trekken en die voor de andere partij onbereikbaar waren, tegen te gaan. Maar zelfs niet dezen plicht, dien men kon nakomen, heeft men vervuld. Daardoor hebben de onzijdigen het recht verbeurd er verzet tegen aan te teekenen, dat zij door de andere partij als helpers van den vijand worden behandeld.

11°. En deze hulp is niet zonder beteekenis geweest. In een rapport van 18 Februari 1917 stelt de blokkade-minister Cecil den tonneninhoud van de onzijdigen op ongeveer Vs van den totalen tonneninhoud. Maar in werkelijkheid is die van veel grootere waarde, omdat de statistiek van Cecil slechts moet dienen om duidelijk te maken, hoe weinig gevolg de Duitsche duikbootoorlog heeft, en hoe weinig gevaarlijk het is naar Engelsche havens te gaan. Hij is bang den onzijdigen tonneninhoud te verliezen, en moet de neutralen geruststellen door te bewijzen, dat slechts 1 % van alle schepen verloren gaat. Maar deze statis-

Sluiten