Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijpt in het eigen economisch leven der onzijdigen in met een economisch despotisme, dat volstrekt niet met zijn verhouding tot de centrale mogendheden in verband staat. Het is echter Engeland's wil, de kleine onzijdige staten in zulk een afhankelijkheid te houden, dat zij hun politiek leiden in de richting, die Engeland wenscht, dat hun economische waarden tot Engeland's voordeel worden aangewend en zij zelve verhinderd worden de winst te behalen, die naar Engeland vloeien kan. Daarom heeft het, zooals Lord Cecil zelf toegeeft, de onzijdigen „op rantsoen gesteld", teneinde hen, gelijk hij eveneens zegt voortdurend „onder den druk" te houden. De onzijdigen mogen daarom ook niet zonder toestemming van Engeland met elkander, met gedeelten van hun eigen land, en niet met hun eigen landgenooten handel drijven De centrale mogendheden beproeven iets dergelijks niet. Zij willen slechts niet, dat de onzijdigen ingrijpen in den loop van den oorlog en dat zij de Entente ondersteunen. Zij laten de onzijdigen onder elkander vrij handel drijven. Het eene ■ is despotisme, het andere een oorlogshandeling.

Hoe is het mogelijk, dat onze dagbladpers dit onderscheid haar lezers niet onder het oog kan brengen en het hun niet kan inprenten. Als het publiek meent onrecht te hebben geleden, gevoelt het zich verplicht zich daartegen te weren. Is men dan niet verplicht, het publiek te bevrijden van het geloof, dat het een grooter onrecht lijdt dan het in werkelijkheid doet? Het is toch niet de bedoeling, een openbare meening te scheppen op de basis van valsche voorstellingen.

14°. Met een zekere beperking gaat het recht van den oorlog in vele gevallen vóór het recht van den vrede. Hij, die zijn leven voor een zaak waagt, is niet verplicht, het leven van anderen hooger te schatten, als zij hem in zijn voornemen willen verhinderen Dit spreekt vanzelf. De menschelijke logica, het gevoel, en de meest e ementaire instincten, verbieden dit. Het is misschien mogelijk, dat een slaaf zijn naaste als een hooger wezen beschouwt dan zichzelven maar de vrije man doet dit niet.

Deze grondtrekken van het rechtsgevoel leiden tot het beginsel-hij die voor een zaak strijdt, moet anderen eerlijk waarschuwen voor het' gevaar, waaraan zij zich blootstellen, als zij hem in het bereiken van zijn doel willen bemoeilijken. Bemoeilijken zij hem, dan moeten zij er op voorbereid zijn evenveel gevaar te loopen als de strijder zelf Is zijn doel onvereenigbaar met het bestaan der menschheid dan zal hem een treurig lot wachten. Heeft men echter een strijder een recht verleend, dan is men gedwongen zijn tegenstander hetzelfde recht niet te onthouden.

De rechtsverhouding, wat betreft de duikbootoorlog, is dus als volgt •

Op het oogenblik, dat Engeland de zee tot oorlogszone verklaarde ontstond voor de onzijdigen de plicht zich daartegen te verzetten Toen zij op dit punt toegaven, verleenden zij aan de middenstaten het recht van represaille om een dergelijke oorlogszone, niet slechts voor de bntente, maar ook voor de onzijdigen, te bepalen. Hetgeen van de zijde der Entente principieel onbillijk was, werd als represaille der

Sluiten