Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de volgende manier: Wij hebben ons het offer gespaard. Het goud heeft ons gelokt. Wij hebben de idealen laten rusten tot een betere gelegenheid, tot na den oorlog.

Van den oorlog hebben wij een zaak gemaakt. Wij hebben weliswaar geen troepen, wapens en ammunitie aan de oorlogvoerendengeleverd, hoewel dit niet uitdrukkelijk verboden is, zooals het had moeten zijn. De oorlogsverzekering neemt echter geen verantwoordelijkheid op zich voor dergelijke ladingen. Daarentegen hebben de Noorsche schepen in grooter aantal dan algemeen bekend is, het kolentransport tusschen Engeland, Frankrijk en Italië in stand gehouden.

In 1916 zijn bijna 4 millioen Noorsche scheepstonnen voor Engelsche doeleinden in de vaart geweest, dus meer dan van ieder ander land. Havre en Rouaan alleen hebben tijden lang dagelijks 20 tot 30 Noorsche schepen zien binnenkomen en uitvaren. En deze schepen brachten de belangrijkste benoodigdheden voor den - oorlog uit de EngelschFransche munitiefabrieken en van de oorlogsmarkt. Duizenden Duitsche soldaten zijn gevallen, omdat deze Noorsche schepen aan het voortduren van den ooflog hebben medegewerkt.

En tot deze medewerking waren wij niet gedwongen. Wij deden het vrijwillig, verlokt door hooge vrachten. Pas in den zomer van 1916, na twee jaren oorlog, werd het stelsel der „verplichte reizen" door Engeland ingevoerd en door de reeders aangenomen. In onze pers worden nu opgewonden artikelen geschreven over het verdrinken van Noorsche zeelieden, terwijl deze er voor strijden ons brandstof en levensmiddelen te brengen. Men tracht dus den indruk te wekken, dat het daarvoor is, dat onze vloot voortdurend in de oorlogsvaart is geweest. Dit is niet waar. Onze vloot heeft reeds lang geleden oorlogsvaarten gedaan, en wel uitsluitend om de verdiensten. En dit vrijwillig varen is juist de oorzaak, dat men onze schepen nu de laatste maanden heeft kunnen dwingen. Als onze vloot, zooals de Zweedsche, reeds vroeger thuis gehouden was, dan kon men haar niet dwingen de vaart voort te blijven zetten. Nu legde de Engelsche regeering op een dag, toen zij vreesde, dat de Noorsche reeders met de vaart zouden ophouden, de hand op alle Noorsche schepen in de Britsche havens en zeide dat zij, als zij geen „verplichte" reizen in de „oorlogsvaart" voor Engeland deden, ook geen kolen kregen, om naar huis te varen. De reeders stonden weerloos. Zij waren niet door een afspraak tusschen de Noorsche en Engelsche regeering over de voorwaarden van wederzijdschen uitvoer beschermd, — van kolen uit Engeland, houtlading, kiezel enz. uit Noorwegen. Zij waren op de verleidelijke vrachten afgegaan als een visch op het aas, en de haak zat nu behoorlijk vast. De „bloedige" vrachten wreekten zich op bloedige wijze.

Ons programma, dat wij als ons ideaal hadden verkondigd, om strijdvragen niet door geweld te beslechten, gaven wij dus op.

Wij hebben nog meer opgegeven. De afspraak van de Parijsche conventie van 1856, dat een onzijdig schip vijandelijk goed, dat geen oorlogswaar is, zou beveiligen, bedoelde niet alleen de onzijdigen, maar ook de oorlogvoerenden te beschermen. De onzijdige moest niet

Sluiten