Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan men ook niet den minister van buitenlandsche zaken alleen hiervoor verantwoordelijk stellen, zelfs een Bismarck zou ternauwernood dergelijke vraagstukken hebben kunnen oplossen zonder bij het volk den drang naar zulk een oplossing te hebben bespeurd. Maar juist deze drang schijnt te hebben ontbroken. De openbare meening heeft telkens wanneer zij werd beleedigd, zich getroost met de hoop, dat de vrede wel spoedig daar zou zijn, daarna de eeuwige vrede hier op aarde. Men moest in den tusschentijd liever de vernederingen en de oorlogswinsten bij elkaar in den zak steken. Deze twee compenseerden elkander toch vrijwel.

8°. In deze omstandigheden doet zich de vraag op: Hoe is deze openbare meening ontstaan? Verschillende trekken van ons volkskarakter kunnen daartoe hebben medegewerkt. Een uiterlijke oorzaak ligt echter ook voor de hand. De gewone man heeft wel wat anders te doen dan politieke problemen op te lossen. Hij houdt zich aan zijn couranten en neemt in den regel haar opvatting over. Daarom draagt overal de pers de grootste verantwoordelijkheid voor de openbare meening. Ook in onze pers zijn de nationale belangen met nadruk op den voorgrond geplaatst, b.v. door den hoofdredacteur van „Morgenbladet', door den hoofdredacteur van „Aftenposten", van „Bergens Annoncetidende" van ^Bergens Aftenblad", „Morgenavisen" van Bergen, „Trondhjems Adresseavis", van de couranten van Stavanger en van tijdschriften als „Norsk Naeringsliv", „Handelsbladet" enz. Men heeft af en toe den indruk gekregen, dat een en dezelfde courant twee verschillende richtingen had. Men heeft het standpunt niet gehandhaafd, dat op het Scandinavisch schiereiland geen verdeelde stemming in de politiek mocht opkomen. Er zijn belangrijke, zelfs uitstekende, medewerkers geweest, b.v. de militaire criticus van „Morgenbladet", maar ook het grootste dilettantisme heeft zich in de couranten der hoofdstad doen gelden. Zonder moeite zou men een zeer groot aantal grove onjuistheden in de couranten kunnen aanwijzen. Ik kon volstaan met de brochure van Ivar Fliflet „Kristianiapressen og krigen. Et varsko" (een waarschuwing) te noemen. Dat deze vijf drukken bereikte, toont hoe algemeen men het verkeerde van den toestand begreep. Een groot gedeelte der Noorsche pers heeft door haar voorstelling der gebeurtenissen aan ons volk een groot onrecht begaan.

In de pers der andere landen- zijn levendige beschouwingen verschenen over de beteekenis van den oorlog voor die landen. Dit is ook in de Noorsche couranten gedaan. De artikelen hebben echter in de allereerste plaats de economische beteekenis van den oorlog voor ons land behandeld. De beteekenis er van voor onze nationale waarden, onze positie als vrij volk, en de onschendbaarheid van ons land is daarentegen zelden ter sprake gebracht. En toch hebben wij door onze ervaringen wel meer dan een ander volk in het noorden daartoe aanleiding gehad.

9°. Maar de openbare meening is niet in het geheele land dezelfde; noordelijk Noorwegen wordt onmiddellijk door gevaar bedreigd. Daarentegen is zuidelijk Noorwegen — voorloopig — door Zweden en

Sluiten