Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de openbare meening zich bij Groot-Britannië en in het algemeen bij de Entente heeft aangesloten. Van hen kregen wij groote vrachten die de richting van onze buitenlandsche politiek bepaalden. Het oude woord ■ üW-!fn^ d men eet' diens woord men sPreekt" is ook hier weer bewaarheid. Op dezelfde wijze is de stemming tegen de middenstaten vijandig geworden, en de wil om rechtvaardig te zijn verzwakt. Den duikbootoorlog heeft men voorgesteld als een aanval „zonder waarschuwing" ondanks alle waarschuwingen, en als gericht tegen de volkenrechtelijk rechtmatige belangen der onzijdigen, ofschoon hij een volkenrechtelijk rechtmatige represaille was, en ofschoon onzijdige schepen in strijd met het volkenrecht, vijandelijke plannen tegen de middenstaten bevorderden. Van de vele voorbeelden zal slechts een enkel worden aangehaald, omdat het juist gebeurt, terwijl dit boek wordt geschreven Eencourant van de hoofdstad bevat een artikel van den 28"ten Maart 1917 getiteld „Heldendaden", dat den lof van onze zeelieden zingt en o a' zegt: „Onze zeelieden worden met waardeering overstelpt niet alleen door ons, maar enz. „Hun verdiensten worden nog grooter door de gunsten, die wij door hun arbeid van een vreemd land hebben bedongen, van een vreemd land dat belang heeft bij den arbeid der Noorsche zeelieden' en dat hun diensten weet te waardeeren". En een schrijver «Sarntiden afl. 4 van 1917 bladz. 278, zegt „wij hebben Engeland onschatbare diensten met onze vloot bewezen '.

Het belang, dat Engeland bij de diensten van onze zeelieden heeft en die het naar waarde weet te schatten, is een oorlogsbelang (kolenvrachten tusschen Engeland en Frankrijk). Maar evenveel belang als Engeland bij deze diensten van onze zeelieden heeft, evenveel belang hebben de middenstaten er bij deze te verhinderen. En daar het belang, dat Engeland daarbij heeft, gelijk staat met een aanval ^egen de middenstaten, maakt onze scheepvaart zich schuldig aan zulk een aanval door de Engelsche belangen te bevorderen

Het onderscheid tusschen den Noorschen aanval en de Duitsche verdediging bestaat hierin, dat onze aanval geschiedt in indirecten vorm, de Duitsche in directen. Daarom zien onze zeelieden slechts de boosaardigheid der Duitsche aanvallen en vergeten, dat wij zelve de schuldigen zijn. J

Men kan er niets tegen zeggen, dat Duitschland tracht de „voordeelen " die wij van de oorlogsvaart hebben, te beletten, want het betaalt deze „voordeelen die wij behalen door „voordeelen" aan Duitschland's vijanden te bezorgen, met het bloed van zijn burgers. En als het zoo staat, dat wij deze voordeelen niet willen missen en dat deze ons ook niet vrijwillig door Engeland verleend worden, dan doet zich deze vraag voor in den naam van godsdienst, moraal, van recht en van menschelijkheid: Is het niet onze plicht liever den strijd op te vatten tegen hem, , die ons verbiedt onze levensbehoeften uit onzijdig land te halen ten einde ons te, dwingen zijn oorlog te bevorderen, ofschoon wij wenschen onzijdig te blijven? Zou dat niet juister zijn dan dat w! aan het verbod van dat despotisme, gevolg geven, - ja, dat wij zijn

Sluiten