Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

De jongste buitenlandsche politiek van Noorwegen.

1°. Het Noorsche volk is zeker niet zonder aanleg voor politiek. Maar het Storting van het land heeft zich, evenals de besturen van de districten, meer met plaatselijke aangelegenheden beziggehouden. Gedurende 500 jaren zijn wij volkenrechtelijk door anderen verzorgd. Ons volk is daarom even onervaren in buitenlandsche staatkunde als het bedreven is in binnenlandsche locale politiek. Het mist zoowei het juiste instinct als de noodige kennis voor de internationale aangelegenheden. Het volk was dus psychologisch onvoorbereid voorden wereldoorlog. Dat dit het geval was, blijkt hieruit, dat dilettanten zich „gewichtig" hebben kunnen maken in onze pers en in onze tijdschriften, dat de blik voor de zelfstandige doeleinden van onze politiek, buiten de economische, heeft ontbroken, dat men problemen, die men niet kon beoordeelen, boudweg critiseerde, en dat men zonder kritiek goedgeloovig afging op programma's, die onkundigen moesten lokken. Men begreep niet, dat deze wereldoorlog gevoerd werd om de bevrijding van het volkenrechtelijk despotisme, dat de strijd gevoerd werd voor rechtsideeën, als de onschendbaarheid van den particulieren eigendom te water en te land, dat ons volk een zoo mogelijk nóg grooter belang dan de middenstaten er bij had, dat dit recht gehandhaafd werd; daarom grooter, omdat de scheepvaart in onzen staat een grooter rol speelt dan bij hen. Men begreep niet, dat thans zou worden beslist, of onze vloot, onze zeemansstand, onze aanvoer en onze nijverheid een verzekerde toekomst zouden hebben dan wel of het volkenrecht zou worden, ons volk uit te hongeren om het tot slaven te maken. Dat, in het kort gezegd, ons bestaan als vrij volk door den wereldoorlog kon worden beslist. — Men had zelf er zoo ootmoedig afstand van gedaan een „rol" onder de staten te spelen, dat men zich er nauwelijks rekenschap van gaf, dat het recht tusschen de staten onderling niet machteloozer kan zijn dan binnen de staten zelve, en dat een vrede dus niet kan worden gegrondvest op afschaffing van macht, maar op de wederzijdsche erkenning, dat vrijheid niet in anarchie bestaat, maar hierin, dat allen aan de macht deelnemen.

Voor de opvatting hier in ons land gold het bijna voor een aanval, als een staat bereid was zijn recht met geweld te verdedigen om het recht de macht te verzekeren. En het was toch nog niet lang geleden, dat men hier in het noorden, in een geval van geringer afmeting, beginselen verkondigd had als die, welke de centrale mogendheden door strijd poogden te vestigen: volkenrechtelijke gelijkwaardigheid, bevrijding van de overmacht van iederen enkelen staat. Men lette er weinig op, dat Groot-Britannië een meester was

Sluiten