Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de kunst om rekening te houden met de openbare meening, en dat het daarom zeker alles zou doen deze voor zich te winnen. Men liet zich door dikke frases en leuzen als „de strijd tegen het militarisme" en „de strijd voor de kleine natiën" bij den neus nemen. Men begreep niet, dat dit militarisme voor Engeland een hinderpaal beteekende voor zijn volkenrechtelijk despotisme, voor anderen daarentegen een bescherming tegen dat despotisme, en dat Engeland zelf een zeeoorlogsmacht onderhield, die meer geld kostte en grooter was dan de Duitsche, en die zonder twijfel er toe dienen moest Engeland's overmacht hoog te houden en niet alleen Engeland te beschermen.

Een sombere waarschuwing had men kunnen zien in de Engelsche zeetirannie, in de afsluiting der Noordzee, in het doorsnijden van telegraafkabels, in de verdragen over de post en handelswegen, en in Engeland's „beschermen" van Portugal, Griekenland en onszelve. Men zag dit alles, maar men begreep het niet. Het is Engelsche tactiek telkens met een nieuwe frase aan te komen, als een rechtsbreuk of overval plaats heeft om zich daardoor bij voorbaat door een ideëel programma te dekken en mogelijke aanvallen af te weren door een mooi schild voor zich te houden, dat van alle zijden wordt goedgekeurd en niet beschouwd wordt als politieke manoeuvre, maar als vrome oprechtheid. Zelfs niet een zoo leelijk uitvloeisel van deze vroomheid als de • uithongering der Boerenrepublieken of van de middenstaten heeft kunnen maken, dat hun geloof beoordeeld wordt naar hun werken. In deze omstandigheden konden wij mistasten.

2°. De positie van een staat berust gedeeltelijk op de handelingen van andere staten tegenover hem, gedeeltelijk op zijn eigen handelingen tegenover anderen.

Onze handelwijze is geleid door blind vertrouwen, onzekerheid en goudvereering, drie van de ongelukkigste gemoedstoestanden.

Onze openbare meening en onze staatkunde hadden een blind vertrouwen in Engeland, wat dit land zeer moest verheugen, doch onverklaarbaar moest vinden: het Engelsche volkenrechtelijk despotisme kan, evenals andere despotismen, zich slechts zóólang handhaven als het een beslissende overmacht bezit of steunen kan op blind vertrouwen.

Maar gedurende den oorlog is de „heerschappij van Engeland over de zee" een frase geworden. Die heerschappij berustte op de vloot, maar de vloot zelve heeft tamelijk veel gerust. Gelijk bekend is, heeft de vloot bijna nooit de Duitsche vloot getroffen zonder een nederlaag te lijden. Duitsche oorlogsschepen gaan naar Calais, Dover, zelfs naar den mond van de Theems zonder de Engelsche vloot te treffen. Die ligt zoo ver mogelijk weg, bij de Shetlands eilanden, in veiligheid, maar dit dwingt niet veel eerbied af. Zij waagt het zelfs niet onze schepen bij hun „plichtreizen" tusschen Engeland en Frankrijk te convoyeeren. De achting van onze zeelieden voor Engeland is daardoor beïnvloed. Het schijnt de bestemming der vloot te zijn zoo veel mogelijk te worden gespaard tot aan het sluiten van den vrede, om dan politiek te werken als de factor, dien zij militair niet kon zijn. — En in den tusschentijd

Sluiten