Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons niet verhinderd, een openbare meening te scheppen, die de twee volken van elkander scheidt. Wij wilden gedurende den oorlog onzijdig zijn. Is er echter een verstandig mensch hier te lande, die beweren wil, dat wij het zijn ?

Zoowel aan onze idealen als aan ons practisch standpunt is deze onzekerheid te wijten: wij hebben onze rechtsidealen verraden, en onze practische politiek beproefde in plaats van één twee vaste steunpunten te krijgen: zoowel ten opzichte van Zweden als van Engeland. Zweden heeft ons uitgenoodigd tot samengaan om de onzijdigheid te bewaren. Het zou ons geluk geweest zijn, als wij op dit aanbod ingegaan waren. Maar met het oog op Engeland hebben wij het geweigerd. Daardoor hebben wij de kans verloren ons tegenover Engeland te handhaven. Zweden was de beste bescherming van onze vrijheid tegenover den grootsten veroveraarsstaat der wereld.

Maar deze dubbelzinnige houding onzerzijds ten gunste van Engeland kan een gevaar worden voor Zweden en voor Duitschland, en evenzoo worden dan deze beide mogendheden gevaarlijk voor ons. Onze toegevendheid tegenover Engeland en ons dubbelzinnig optreden tegenover de beide anderen kan het grootste gevaar voor onze eigen zelfstandigheid worden.

3°. Natuurlijk zal ons volk den strijd aanvaarden tegen hem, die het daartoe uitdaagt. Dat zou ten slotte ook wel het resultaat kunnen worden. Maar er heeft zich hier een zoo ongegeneerd opportunisme ten voordeele van de Entente doen gelden, dat men eenige feiten in andere richting moet aanvoeren. Wie van de twee groepen van mogendheden kan ons het meest schaden? De zwakte der Engelsche vloot en de triomfen der Duitsche duikbooten geven het antwoord. Engelsche couranten schrijven, dat Engeland thans na 2 a 3 maanden onbeperkten duikbootoorlog aan den rand van hongersnood staat. Als wij dagelijks schepen verliezen buiten ons territoriaal gebied, dan zullen die verliezen wel niet geringer worden, als zij ook daarbinnen tot zinken gebracht kunnen worden. Engeland kan zijn eigen aanvoer, zijn kusten niet beschermen tegen maandelijksche aanvallen, onze schepen niet beschermen op hun oorlogsvaarten naar Frankrijk, die het gewichtigst van alles voor Engeland zijn. Welke bescherming kunnen wij dan van Engeland verwachten? — Misschien een dergelijke bescherming als Roemenië, België en Griekenland? Zoodra de Entente zich zelf kan beschermen, zou de garantie der Entente voor onzen aanvoer iets beteekenen. Niet eerder.

Aan den anderen kant zou Duitschland wel niet aarzelen zich op geschikte plaatsen te vestigen. Het is niet aan te nemen, dat zijn gewone voortvarendheid juist wat ons land betreft in gebreke zou blijven. In ieder geval zullen zij, die het sprookje hebben verteld, dat de plannen van de Duitsche marine in verband stonden met de bezoeken van den keizer, er wel geen rekening mede houden, dat er een uitzondering met Noorwegen gemaakt zou worden. Maar het zijn juist diezelfde kringen, die het ijverigst de richting naar het westen hebben aanbevolen. — Bovendien zou Zweden ook wel eenige maat-

Sluiten