Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze watervalkracht voor de nijverheid en met onze bosschen voor brandstof. Ook zou wel samenwerking met Zweden mogelijk zijn om de verzorging van beide landen te vergemakkelijken.

Wij staan echter niet op dezelfde wijze tegenover de twee groepen van mogendheden. Onze kans op compensatiepolitiek hebben wij ten opzichte van de eene groep verspeeld o.a. door de overeenkomst van 5 Augustus 1916; ten opzichte van de andere groep' daarentegen niet. Als wij deze overeenkomst opzeggen — wat kan bij driemaandelijksche opzegging — dan kunnen wij tegenover beide partijen vrij staan. „Morgenbladet" heeft dit herhaaldelijk met prijzenswaardig nationaal inzicht in den loop van den winter 1917 betoogd.

Het is dus voor onzen eigen aanvoer niet noodzakelijk, dat onze vloot of het land zich aan gevaar blootstelt van den kant van een bepaalde groep van mogendheden. Het is gewoonweg een onwaarheid dit te beweren.

Het andere punt is de verdiensten. Onze vloot heeft veel verdiend bij de vrachtvaart, maar ook veel verloren. Dit hazardspel is verleidelijk voor onze reeders. Zoolang de kans meer winst dan risico biedt, moet men er rekening mede houden, dat de reeders, volgens hun psychologische gewoonten, voor de verleiding zullen bezwijken: spelbelangen, „the alea-interest", zooals de Amerikaansche sociologen dit noemen. — Deze vracht heeft weer twee takken : de algemeene vrachtvaart, b.v. tussehen havens van Zuid- en Noord-Amerika of in Azië, waar de Noorsche schepen rustig en buiten oorlogsgevaar varen. De andere tak is het verkeer in de oorlogszone. Dit is zeer winstgevend, maar ook zeer gevaarlijk voor de vloot. Voor Noorwegen bedroeg deze vrachtvaart naar Groot-Britannië sedert 1916: 6 635000 ton. Dat is meer dan een derde van den Engelschen tonneninhoud en meer dan driemaal zooveel als eenig ander land naar Engeland gevoerd heeft (vgl. „Norsk Nasringsliv" van den 21sten April 1917).

De algemeene vrachtvaart is gedurende den oorlog zoo achteruitgegaan, dat zij bijna niets beteekent; de vaart in de oorlogszone is in dezelfde verhouding toegenomen. Onze handelsvloot heeft dus om een voor het oogenblik groote, maar voorbijgaande winst te behalen, belangrijke routes aan Japansche en Amerikaansche mededingers afgestaan.

Deze vaarten in de oorlogszone hebben in het geheel niets te maken met „noodzakelijkheid," zij zijn geheel overbodig. De eenige .noodzakelijkheid," die er bestaat, is de wensch van onze scheeps- en vrachtspeculanten om bloedgeld te verdienen i).

Onze vloot heeft vóór den oorlog zonder dit bestaan en zal, als deze vaarten in de oorlogszone niet al te zeer toenemen, ook hierna bestaan.

Het gevaar, dat wij in den oorlog kunnen worden gesleept, staat en valt met de vaarten van onze vloot in de oorlogszone. Dit moet het Noorsche volk weten.

Ons volk heeft veel grootere belangen dan de economische; het

1) Wij hebben reden om onderscheid te maken tusschen onzen ouden achtbaren reedersstand en de gewetenlooze „jobbers" in de reederijbranche, die door den oorlogstoestand uit den grond zijn gerezen.

Sluiten