Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriften omdat daarbij verondersteld wordt dat naast die eenheid in de verschillende Staten verschillend recht blijft bestaan, en het daarom niet zoo gemakkelijk is bij dit onderwerp de gedachte te bepalen. Voorschriften, in tractaten gesteld, die in de staten voor de onderdanen bindend zijn, zooals in het Duitsche Rijk het door den Rijkswetgever gegeven Burgerlijke Wetboek alle Duitsche onderdanen bindt, onverschillig tot welken Duitschen Staat zij behooren, zal men zich betrekkelijk gemakkelijk kunnen voorstellen. Om deze reden brengen wij het materieele privaatrecht op den voorgrond, maar vergeten niet dat het hieronder aangegeven systeem ook kan worden toegepast op het formeele recht, de collisieregelen, het administratiefrecht, het strafrecht. Er is nog een reden waarom wij het materieele privaatrecht naar voren brengen; wij noemden haar reeds: de herleving van het verkeer tusschen de volken zal in hooge mate worden bevorderd, wanneer op zoo groot mogelijk gebied eenheid wordt geschapen ten aanzien van de regels die het verkeer tusschen private personen beheerschen.

Wij bespreken het tractatenrecht, en hebben die verdragen tot ons onderwerp gekozen, die tevens wetten zjjn (Vertragsgesetze); ons doel is te betoogen dat het wenschelijk is aan die verdragen in alle staten zooveel mogelijk gelijkheid van werking te verzekeren; dat men moet streven naar een regeling die de conferentie die een tractaat ontwerpt als het ware verheft tot een internationalen wetgever, dien men tot zekere hoogte kan vergelijken met den Bondswetgever in den Bondsstaat.

En wanneer wij hierbij het volkenrecht op den achtergrond plaatsen en beweren dat de constitutie de plaats is, waar wijziging en aanvulling moet geschieden, dan doen wij dit in de veronderstelling dat na den oorlog deze gedachte overheerschend zal zijn: De staat is souverein, en erkent de souvereiniteit van het volkenrecht niet. 1)

Dat daarmede zou zijn uitgesproken dat het onmogelijk is het internationale recht op eene vaste basis te stellen, ontkennen wn'; naar- onze meening bestaat er een veèl betere grondslag, de constitutie. Het hieronder (in no. 4) vermelde systeem van v. Verdross heeft naar het ons voorkomt daarom groote waarde, omdat het actueel is: het beantwoordt aan de stemming die na den oorlog zal heerschen. Maar ook afgezien daarvan schijnt het

f) Mr. Kosters behandelt op pag. 4 en vlg. van zijn aangehaald werk de vraag, of de staat in het stellen van privaatrecht vrij is, dan wel „of er ten opzichte van de private rechtssfeer tusschen de staten rechten en plichten bestaan, zoodat het (int. privaat) recht het karakter van volkenrecht draagt?" Wij aanvaarden met Mr. Kosters (pag. 16) het standpunt dat de staat door geen rechtsplicht jegens andere staten is gebonden, en ook op dit gebied rechtens vrjj is. Geheel iets anders is het dat de staat zijn eigen belang al zeer slecht zou behartigen, als hij geen rekening hield met de belangen van onderdanen van andere staten: De staat is ook in het stellen van privaatrecht zeer zeker gebonden door overwegingen van politieken en moreelen aard; maar rechtens is hg vrij. De door Mr. Kosters op pag. 19 geeeven uitzonderingen zijn naar onze meening geen uitzonderingen op het souvereiniteitsbeginsel.

Sluiten