Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den staat gemaakt wordt tot voorwaarde voor de ontbinding van dat verdrag: Een staat wordt dus door zfjn eigen constitutie verhinderd zich eenzijdig aan een verdrag te onttrekken. Een bepaling evenwel die den rechter verwijst naar de tusschen staten geldende gewoonte, kan zonder toestemming van vreemde staten door eene wet hare kracht verliezen, tenzij die bepalin« bii verdrag is gesteld 1).

6. v. Verdross, die zich niet heeft afgevraagd of de bestaande constituties zouden kunnen worden aangevuld en duidelijker gemaakt, heeft naar het ons voorkomt toch de beginselen aangegeven volgens welke door wijziging der constituties vele moeilijkheden zouden kunnen worden uit den weg geruimd.

1) Ofschoon het ons voornemen was slechts het tractatenrecht te behandelen, meenden we hier het gewoonterecht niet onbesproken te moeten laten, omdat het niet onmogelijk schijnt dat velen met Pitamic de opvattin* van v. Verdross zullen veroordeelen, omdat rij geen plaats zou laten aan het internationale gewoonterecht. Dit bezwaar mag gewicht hebben zoolang men met v. Verdross blijft staan bn het jus constitntnm; het vervalt zoodra men zich — wat na den oorlog onvermijdelijk is - begeeft op het terrein van het jus constituendum.

Het beste middel om rechtszekerheid te verkrijgen zou zijn de gewoonte in verdragen neer te leggen. Een zoodanige condificatie zou evenwel vermoedelijk op vele punten een te zware taak blijken te zijn voor de internationale conferenties, die de moeilijkheden zouden kunnen ontgaan door in de tractaten naar de gewoonte te verwnzen en zoo den last te leggen op den rechter. Al zou op die wijze niet geheel worden voldaan aan den eisch van condificatie, men zou tenminste hebben bereikt dat voldaan was aan den eisch van reciprociteit. Dit laatste geschiedt niet wanneer de nationale wetgever, zonder te vragen of andere wetgevers hetzelfde doen, den rechter naar de internationale gewoonte verwijst. In dit geval - dat denkbaar is, maar niet bedoek! V0Ork0men — 18 de gewoonte zeker geen volkenrecht als door v. Verdross

Het is hier de plaats om erop te wijzen welke beteekenis het systeem van v. Verdross heeft voor de quaestie die zich heeft voorgedaan bij de behandeling in ons Parlement van het wetsontwerp ter voorkoming van inbreuk op de volkenrechtelijke verplichtingen van den Staat in zaken van burgerlijke rechtsvordering (Hand 2e Kamer 1916/1917, blz. 1805). Het ging om de vraag of de wetgever bevoegd en verplicht is maatregelen te nemen om te voorkomen dat de rechter inbreuk maakt op den volkenrechtelijken regel die hem verbiedt kennis te nemen van eene vordering tegen een vreemden Staat. [De vraag of die regel bestaat laten we buiten beschouwing. Deze en de daarmede samenhangende vragen vindt men behalve in het m de Kamerstukken vermelde werk van van Praag „Juri«üction et droit international public», uitvoerig behandeld in een verzameling van 14 opstellen van bekende juristen (o.a. Meili, Laband, Zorn, Triepel) getiteld „Unzulassigkeit einer Zwangsvolstreckung gegen auslandische Staateri" van v. Uynovski.]

In het systeem van v. Verdross wordt het, voorzoover er, zooals in casu geen tractaat is, aan den wetgever overgelafen of hij de coml petentie van den rechter wil beperken in verband met de internationale gewoonte.

in de systemen die staatsrecht en volkenrecht scheiden beteekent de regelde rechter is niet bevoegd om kennis te nemen van eene vordering tegen een vreemden Staaf niets anders dan: „De Regeering is verplicht een wetsvoorstel in te dienen teneinde den rechter te verbieden kennis te nemen van een vordering tegen een vreemden Staat.*

v. Verdross erkent geen boven de staten bestaand volkenrecht. Triepel, die in znn werk „Volkerrecht und Landesrecht" het volkenrecht naast het staats-

Sluiten