Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zullen trachten aan te toonen dat door bepalingen in de constituties aan de tractaten, die regels van privaatrechtelijken aard bevatten, eene zoodanige werking kan worden gegeven dat ze kunnen worden vergeleken met wetten van den centralen wetgever in den bondsstaat.

Het stelsel van v. Verdross heeft naar het ons voorkomt daarom waarde, omdat het dit mogelijk maakt, en tevens de souvereiniteit van de staten tot baar recht doet komen: het kan de eenheid die na den oorlog gewenscht is brengen, en het erkent de zelfstandigheid van den nationalen wetgever, die misschien nu minder dan ooit geneigd zal zijn om zich te onderwerpen aan het volkenrecht, dat vermoedelijk door den oorlog voor hem veel aau waarde zal hebben verloren.

Ook zonder den oorlog in rekening te brengen achten wg het volkenrecht niet den besten grondslag voor den bouw van het internationale recht; zelfs al zouden wij willen toegeven dat er boven den staat evengoed als in den staat een positief recht bestaat, dan zouden wij nog het standpunt blijven innemen dat het veiliger is de constitutie als basis te nemen: over hare positiviteit immers bestaat geen strijd. \

Wij zouden het internationale recht dus willen zien gegrond op concessies die de Staten elkaar in hunne constituties wederkeerig doen, en ontleenen dit denkbeeld aan de theorie van v. Verdross, die de door hem in de constitutie gelezen (maar niet bewezen) bepaling, dat van een verdrag slechts kan worden afgeweken met toestemming der wederpartij, eigenlijk beschouwt als een zoodanige concessie.

Medewerking van de volksvertegenwoordiging vóór het sluiten van de onderhandelingen over verdragen van internationaal privaatrecht schijnt wenschelijk; alleen wanneer ze dan geschiedt kan gezegd worden dat het parlement een voldoenden invloed kan uitoefenen op den inhoud der verdragen, en wordt het parlement verheven tot een internationalen wetgever in den waren zin 1).

recht stelt, ontkent dat de rechter zonder 's wetgevers bevel aan het volkenrecht gebonden is. [Natuurlijk kannen zich voor den rechter volkenrechtelijke quaesties, vooral praejudicieele, voordoen — Triepel pag. 438 en vlg. — maar dat doet niets af aan het beginsel dat het Volkenrecht, zoo opgevat, zich niet tot den .rechter wendt].

Onze Volksvertegenwoordiging stelde zich op het standpunt dat het volkenrecht, dat we dan liever internationaal recht zonden noemen, ook den rechter bindt, en nam het bovenbedoeld wetsontwerp, dat geen recht zou scheppen, maar slechts bestaand volkenrecht bevestigen, aan, om te voorkomen dat een rechter die zich slechts door den Nederlandschen wetgever gebonden zou achten, bedoelden „regel van volkenrecht* niet zou toepassen.

1) De invloed der Volksvertegenwoordiging bepaalt zich meestal tot een recht van goedkeuren of verwerpen na het sluiten der onderhandelingen en vóór de ratificatie. Het sluiten van het verdrag belet in theorie het verwerpen niet; in de praktijk is meestal het parlement afkeerig van het maken van bezwaren. Het recht van amendement, dat in theorie bestaat, wordt om dezelfde reden meestal niet uitgeoefend, en is bovendien bezwaarlijk uit te oefenen wanneer het tractaat wordt ingediend door middel van een wetsontwerp dat slechts het artikel bevat: „Het hierbij gevoegd ontwerp-tractaat wordt goedgekeurd."

Sluiten