Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die invloed zal belemmerend kunnen werken op het tot stand komen van internationale regelingen, omdat de volksvertegenwoordiging uit den aard der zaak den nadruk zal leggen op de nationale belangen die dikwijls strijden met de in de te maken regeling op den voorgrond komende internationale belangen. Er is nog een bezwaar:

Het parlement zal weinig neiging hebben om zijne nationale wenschen ondergeschikt te maken aan het streven naar eenheid van regeling, wanneer vaststaat dat een tractaat slechts kan worden gewijzigd door een tractaat tusschen dezelfde staten die de oorspronkelijke regeling maakten.

Wanneer dat vaststaat kan elke der contracteerende Staten, door later te weigeren om mede te werken aan wijziging van een tractaat, de andere staten die dat tractaat ratificeerden in moeilijkheden brengen. Wnzigt men de constitutie zoo, dat de volksvertegenwoordiging medewerkt vóór het sluiten der onderhandelingen, en blijft men erkennen dat het tractaat een contract is, beheerscht door den volkenrechtelijken regel: „pacta sunt servanda", dan zal men zien dat in de praktijk vooral het parlement erop zal aandringen dat het verdrag wordt gesloten voor een bepaald aantal jaren, of voor onbepaald en tjjd maar met het beding dat het verdrag met inachtneming van een zekeren ternnjn kan worden opgezegd. Immers : wordt het verdrag niet in dien vorm geredigeerd, dan is de staat krachtens bedoelden regel van volkenrecht gebonden, totdat de toestemming tot ontbinding van alle contractanten is verkregen, of wel totdat de staat zich kan beroepen op de in het verdrag aanwezig geachte (stilzwijgend opgenomen) bepaling, dat eenzijdige opzegging is toegelaten wanneer de omstandigheden zich zullen hebben gewijzigd (clausula rebus sic stantibus).

Op voortzetting van deze praktijk om in verdragen te bepalen dat ze opzegbaar zijn zou het parlement ook aandringen wanneer het geroepen werd om aan het redigeeren van verdragen mede te werken en wanneer tevens uidrukkelijk in de constituties werd bepaald wat v. Verdross er nu in leest, namelijk dat van een verdrag niet eenzijdig kan worden afgeweken. Dan zou men wel het volkenrecht hebben laten varen als grond van de bindende kracht van het verdrag en daarmede de opvatting dat het verdrag, al is het tevens een vorm van wet, in de eerste plaats een contract is: dan zou het verdrag dat regels bevat rechtens alleen een vorm van wetgeving zijn; maar de constitutie zou aan die wetgeving het eigenaardige karakter geven dat zij niet zou kunnen worden gewijzigd zonder toestemming van de staten, die men medecontractanten zou kunnen noemen; noemen — want ieder verdrag blijft, van het standpunt der moraal beschouwd, een overeenkomst, een afspraak — maardie rechtens geen contractanten zouden z ij n.

Wanneer we zeggen dat de parlementen, ook als v. Verdross'

Sluiten