Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvatting in de constituties werd uitgedrukt, zouden aandringen op de clausule in verdragen die opzegging mogelijk maakt, dan drukken we ons niet geheel juist uit, want het begrip „opzegging" behoort bij het begrip „contract" en dit laatste veronderstelt een boven partijen staand recht. Een eigenlijk volkenrecht nu is er volgens v. Verdross' leer niet. In plaats van te spreken over de opzeggingsclausule in verdragen, spreken we daarom liever over bepalingen die nationale wijziging mogelijk maken." Dit past meer in den gang van onze gedachte 1).

Zooals men in het laatste hoofdstuk zal zien, gaan we wel in zooverre met v. Verdross mede, dat we het internationale recht willen zien gegrond op de constituties der staten, maar we zouden niet zoover willen gaan dat bepaald wordt dat van een verdrag niet kan worden afgeweken zonder toestemming der andere staten die aan het verdrag deelnamen.

Onze gedachtengang is deze: Is v. Verdross' leer juist, en doet de staat, staande op het standpunt van zijne souvereiniteit, onverplicht eene concessie aan andere staten wanneer hij in zijn constitutie bepaalt, dat hij van bij verdrag gestelde regels niet zal afwijken zonder van de staten die aan dat verdrag medewerkten, toestemming te hebben verkregen, dan kan de Staat als souverein ook in zgn constitutie bepalen dat hij die regels slechts zal handhaven zoolang hg dat zelf wil; de souvereine staat behoeft de bedoelde concessie niet zoover uit te strekken dat altijd de verkregen toestemming 2) van vreemde Staten voorwaarde is voor de ontbinding van een verdrag; hij behoeft aan andere staten in deze geen recht van veto toe te kennen.

Hij kan zelf in zgn constitutie bepalen in hoeverre hij van bg verdrag gesteld recht in zgn nationaal belang kan afwijken.

Voorzoover de staat hierbij in zijne constitutie bepaalt dat van een verdrag niet zal kunnen worden afgeweken dan met inachtneming van bepaalde formaliteiten of in bepaalde gevallen, voorzoover de staat het afwijken van een tractaat moeilijker maakt dan het wgzigen van een wet, doet hij een concessie aan de internationale rechtsgemeenschap. Hoever de staat hierbij gaan wil, dat hangt natuurlijk van hem zelf af; niet alle staten behoeven even ver te gaan.

Werden in den aangegeven zin de constituties gewijzigd, dan zouden de parlementen, wetende dat in geval van nood een nationale wijziging van een verdrag mogelijk zou zijn, eerder geneigd zijn om aan het vaststellen van den inhoud van verdragen mede te werken, zonder te eischen dat een „opzeggingsclausule" werd opgenomen. Die clausule zou trouwens minder op hare plaats zgn, wanneer men het standpunt dat het tractaat een contract

1) v. Verdross had dit naar het ons voorkomt moeten vermelden waar hjj (op pag. 347) spreekt over de clausula rebus sic stantibus.

2) Wij nemen in ons voorstel genoegen met het vragen van toestemming (no. 65, f. 2). [T£

Sluiten