Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorlog — dan zal de vraag in hoeverre de staat aan dat recht onherroepelijk gebonden is, op den voorgrond komen.

Medewerking van de parlementen aan het vaststellen van dat recht is slechts tot zekere ' hoogte te verwachten wanneer de parlementen niet de bevoegdheid behouden om, wanneer het nationale belang dat eischt, dit belang te stellen boven het internationale belang van het eenheidsrecht, en het initiatief te nemen tot eene wet die van het tractaat afwg'kt.

De medewerking der volksvertegenwoordiging behoeft niet in alle staten op dezelfde wijze te worden geregeld; de hoofdzaak is al bereikt wanneer in alle constituties bepaald is dat het tractaat na ratificatie en afkondiging de onderdanen bindt, en dat afwg'king van het tractaat bij de wet slechts kan geschieden onder bepaalde voorwaarden.

Wie de theorie van v. Verdross juist acht, behoeft daarom niet te ontkennen dat de regels die men gewoon is aan te duiden met den naam „volkenrecht" hoogst belangrijk zgn. Wij geven toe dat die voorschriften rechtskarakter hebben; maar wg meenen dat zij die het volkenrecht positief recht noemen, aan het woord „positief" eene andere beteekenis toekennen dan die welke het heeft in de uitdrukking „positief staatsrecht."

De vraag of het volkenrecht al dan niet positief is, schijnt ons niet veel meer dan een woordenquaestie; belangrijker schijnt ons de vraag wat er gedaan kan worden om aan de regels, waarnaar het internationale verkeer zich richt, meer zekerheid van werking te geven dan zg' thans bezitten. Bij welken graad van zekerheid men meent te mogen spreken van „positief" recht is ons onverschillig; hoofdzaak schijnt ons dat de hoogst mogelgke graad van zekerheid wordt bereikt.

Wanneer de constituties zoo worden aangevuld dat schending van het zoogenaamde volkenrecht tevens zonder twgfel schending van de constitutie is, is men naar het ons voorkomt verder gekomen in de goede richting, dan wanneer men zich bepaalt tot het codificeeren van het volkenrecht in verdragen.

Dit laatste behoeft daarom niet te worden nagelaten; wg willen er alleen op wgzen dat v. Verdross — al heeft hg misschien alleen bedoeld een theorie te geven — de juiste plaats heeft aangewezen waar met groote kans op resultaat kan worden gestreefd naar verbetering. Die plaats is de constitutie. Op haar berust de werking van het tractatenrecht, en daarmede de eventueele stichting van eên wereld-statenbond, waaruit misschien een bondsstaat zou kunnen ontstaan.

Buiten ons bestek ligt de bespreking van de vraag hoe wgziging der constituties het volkenrecht, en verdragen in het algemeen, op eene vastere basis zou kunnen stellen; wg bepalen ons tot verdragen die regelen bevatten voor de onderdanen.

De werking van deze verdragen hangt, behalve van de regeeringen en de wetgevers, ook af van de rechterlijke macht. Hun

Sluiten