Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inhoud is privaat (straf-administratief) recht; hunne werking wordt voor een groot deel bepaald door de opvatting die de rechter heeft van het volkenrecht. Om deze reden wijden wij het eerste hoofdstuk aan het volkenrecht.

Uit deze inleiding blijkt dat wij de opvatting van v. Verdross in hoofdzaak juist achten; waar wg evenwel (in het vierde hoofdstuk) aangeven welke grondwetswijziging 1) naar onze meening bevorderlijk zou kunnen zijn aan de ontwikkeling van het internationale recht, houden wij rekening met de nu eenmaal bestaande andere opvattingen van het volkenrecht, in fik. I vermeld:

Het onderwerp ware zoo te regelen dat de rechter, welke theorie ook door hem juist geacht wordt, in den door den wetgever gewilden zin beslist.

Bij vergelijking van Hoofdstuk H met Hoofdstuk Hl zal men zien, dat in het Duitsche Rn'k, Frankrnk, België en Oostenrijk vragen zijn gesteld en een paar onderwerpen geregeld, die bg de voorstellen tot wijziging onzer Grondwet niet zijn overwogen of niet uitvoerig besproken.

In Hoofdstuk II vindt men voorts de Engelsen—Amerikaansche opvatting van het volkenrecht vermeld, die eenigszins afwnkt van de op het vasteland van Europa heerschende meeningen.

Bij de medewerking van de volksvertegenwoordiging aan het stellen van tractatenrecht onderscheide men:

a. Medewerking vóór het sluiten der onderhandelingen. Zg' is naar het ons voorkomt gewenscht, en zal uit den aard der zaak niet kunnen geschieden dan door afgevaardigden van het parlement, door de volksvertegenwoordiging gekozen uit of buiten haar midden 2).

b. Medewerking na het sluiten van het verdrag, doch vóór de ratificatie 3).

c. Medewerking na de ratificatie. Hier houde men in het oog: a. Soms wordt na de ratificatie aan het parlement medewerking gevraagd omdat het verdrag een wet ter uitvoering eischt 4).

fi. Die medewerking wordt soms gevraagd omdat geleerd wordt, dat niet het verdrag, maar alleen de wet aan de onderdanen regels kan stellen. (Engeland en de Vereenigde Staten).

1) Id die wijziging wordt tevens eene oplossing gegeven van de bestaande controversen over rang van tractaten en toetsingsrecht ten aanzien van tractaten. Cf. Kosters, pag. 96, 97. Daar uitgegaan wordt van de leer dat het tractaat geen contract maar een vorm van nationale wetgeving is, zou, indien ons denkbeeld werd verwezenlijkt, de door Mr. Kosters op pag. 101—106 vermelde vraag of en in hoever de Begeering aan den rechter de uitlegging vermag voor te schrijven, op eenvoudige wijze zijn beantwoord. Over deze vraag ook Triepel, pag. 440—443.

2) No. 65 *, 66 b en e.

3) Nederland (no. 56), Duitschland (no. 31), Frankrijk (no. 36), België (no. 40), Italië (no. 42), Oostenrijk (no. 45, 2o), Zwitserland (no. 50), Noorwegen (no. 53), Denemarken (no. 54).

4) Men zie bijv. no. 20.

Sluiten