Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen 1), zien als argument tegen hunne bewering aangevoerd dat dan het staatsrecht ook regels kent die den naam van rechtsregels niet verdienen, namelijk al die voorschriften die de hoogste overheid in den staat aan zichzelf oplegt. Dit schijnt wel het beste argument om het rechtskarakter van het volkenrecht te bewijzen. Het volkenrecht ontstaat volgens hen die dit argument gebruiken uit de bron van alle recht, de wilsuiting van den Staat, die zichzelf verplichten kan 2) en die verplichting moet nakomen op straffe ten slotte van vernietiging, die van buiten dreigt bij niet nakoming van volkenrechtelijke, van binnen bij niet nakoming van staatsrechtelijke verplichtingen. Wij staan, zooals uit de inleiding bln'kt, op een ander standpunt, en er-kennen geen hooger recht dan het staatsrecht.

10. De theorie die slechts staten als subjecten van volkenrecht erkent moet het overige internationale recht (administratief- strafen privaatrecht) afscheiden als regels niet voor de staten, maar voor de natuurlijke personen in de staten. Dat internationale recht is nationaal, wat betreft zijn onmiddellijke bron (de wet) 3); internationaal slechts ten aanzien van zijn inhoud, zijne werking: bijvoorbeeld omdat men gelijke bepalingen vindt in verschillende staten 4); of omdat een regel het recht van een vreemden staat toepasselijk verklaart. Wij zien dan deze tegenstelling: Het volkenrecht geldt boven en voor de staten, alle andere rechtsregels, ook internationale, gelden in de staten 5).

11. Verdragen zijn — we nemen hier een oogenblik aan dat er een recht boven de staten bestaat — altijd rechtshandelingen tusschen subjecten van volkenrecht 6). Een algemeene volkenrechtelijke rechtsregel 7) („pacta sunt servanda") schijnt niet noodig om de verbindende kracht van het verdrag te verklaren als het waar is dat de contracteerende staat zich bij het sluiten van het verdrag daaraan bindt door zijn eigen wilsuiting.

1) Zorn noemt het volkenrecht »Aeusseres Staatsrecht"; hij ontkent het bestaan van volkenrecht boven den staat. Men zie o. a. Zorns verhandeling „Die deutschen Staatsvertrage" in Zeitschrift ffir die gesammte Staatswissenschaft, 36ster Jahrgang (1880) pag. 1 en vlg.

2) Nippold, pag. 21, 22; 33—37. Blumer, Handbuch des schweizerischen Bundesstaatsrechtes, deel III pag. 354. Ullmann, pag. 150. v. Liszt, pag. 8. v. Verdross, pag. 332. Triepel wijst erop (pag. 78/79) dat men, als men het volkenrecht wil bouwen op de bevoegdheid van den staat om zichzelf te verplichten, geen eigenlijk volkenrecht, doch slechts „iiusseres Staatsrecht" krijgt; waartegen wij geen bezwaar hebben. Litteratuur over dit punt vindt men bij Triepel, pag. . 79 noot 1.

3) Triepel, Völkerrecht und Landesrecht, pag. 24, 25.

4) Jitta, Internationaal privaatrecht, pag. 88.

5) Kritiek op deze opvatting vindt men bij Verdross, pag. 334. Triepel in zijn werk „Völkerrecht und Landesrecht" neemt de scheiding tusschen volkenrecht en ander recht aan.

ti) Nippold, pag. 102.

7) cf. Ullmann, pag. 150 noot 3.

i

Sluiten