Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het verdrag tegenover de onderdanen bepaalt, daarover zgn allen het eens.

14. De in beginsel van Laband afwijkende meeningen zgn die van Zorn, en de in de inleiding vermelde opvatting van v. Verdross; maar het verschil van opvatting ligt aan de „volkenrechtelijke" zijde van het vraagstuk. Deze beide schrijvers ontkennen dat de Staat door de ratificatie van een verdrag tegenover de mede-ratificeerende Staten gebonden is krachtens een de verhoudingen der Staten regelend volkenrecht.

Terwijl Zorn hier „lediglich eine des Kechtsschutzes völlig ermangelnde factische Verabredung auf Treu und Glauben" aanneemt, wijst v. Verdross, zooals we in de inleiding vermeldden, erop dat de staat krachtens zijn eigen constitutie gebonden is aan het verdrag; het verschil tusschen de beide opvattingen is evenwel niet groot 1),

15. Tegenover de leer van Laband, Triepel en anderen, waarin het volkenrecht boven en buiten het staatsrecht wordt gesteld, staat eene theorie die aan het volkenrecht eene plaats geeft in het staatsrecht, en die niet alleen staten als subjecten van volkenrecht beschouwt. Zg heeft in ons land vele aanhangers en de Minister van Justitie kon zonder te worden tegengesproken in de vergadering der Tweede Kamer van 28 Februari 1917 verklaren : „De nationale wet moet geacht worden als het ware te zijn doortrokken van de bepalingen van het volkenrecht" 2).

Dit stelsel is door Prof. van Eysinga tot in zijne uiterste consequenties volgehouden in zijn proefschrift 3). De inhoud van deze theorie is:

Het hoogste en alles beheerschende recht is het internationale gewoonterecht, te verdoelen in dwingend en regelend recht. Het ontleent zgn bindende kracht aan de stilzwijgende wilsovereenstemming der Staten 4).

Tractaten binden slechts voorzoover ze met het dwingende gewoonterecht in overeenstemming zgn 5).

Grondwet en wet moeten worden getoetst aan het tractaat.

1) Wij zonden het verschil aldus willen uitdrukken, dat v. Verdross, die evenals Zorn het tractatenrecht als „ausseres Staatsrecht" beschouwt, beter dan de laatste heeft aangetoond dat er een rechts grond is krachtens welken de staat zich tegenover den medecontractant aan het verdrag moet houden. Wat v. Verdross evenwel niet aantoont is, dat de grondwetgevers zich hiervan bewust zijn geweest; dat het aldus bedoeld is.

2) Handelingen der Tweede Kamer 1916/1917 pag. 1818 eerste kolom. De daarmede overeenkomende meening van de Staatscommissie voor Internationaal privaatrecht vindt men in Bijlagen 1916/1917 no. 346, 4.

3) Prof. Jhr. Mr. W. J. M. van Eysinga, Proeve eener inleiding tot het Nederlandsen tractatenrecht

4) van Eysinga, pag. 178 en 179. Men merke op dat de schrijver toegeeft dat dit gewoonterecht onzeker is.

5) We zouden willen vragen hoe moet worden uitgemaakt wat dwingend, en wat regelend volkenrecht is.

Sluiten