Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het tractaat bindt rechtstreeks de onderdanen, het heeft voor hen kracht van wet door de uitwisseling der ratificatieoorkonden. De onderdanen zgn rechtssubjecten van het volkenrecht.

Het tractaat schept dus in den staat objectief recht, voorzoover het regelen bevat 1).

De grens tusschen volkenrecht en internationaal privaatadministratief- en strafrecht is moeilijk te zien wanneer private personen subjecten'zijn van volkenrecht.

Prof. van Eysinga acht het de principieele fout van Labands theorie, dat zij het volkenrecht van het andere recht scheidt 2). Hij ziet in het verdrag een species van het genus der. gemeenschappelijke regelingen, evenals de gemeenschappelijke regelingen van gemeenten daarvan een species zijn 3).

Hiermede zgn de verschillende theorieën voor ons doel voldoende aangegeven. Het zal duidelijk zgn dat onze bezwaren zich minder richten tegen de leer van Laband c.s. dan tegen die van Prof. van Eysinga c.s.

In het tweede hoofdstuk vindt men bg de bespreking van de constitutie van het Duitsche Rijk eenige meeningen vermeld van schrijvers die verschillen ten aanzien van de uitlegging der Duitsche constitutie, maar niet ten aanzien van hunne opvatting van het volkenrecht (behoudens de theorie van Zorn).

Uit hetgeen in dat hoofdstuk vermeld is naar aanleiding van de constituties der Vereenigde Staten en van Engeland moge blijken, dat Prof. van Eysinga's leer daar niet de heerschende is.

16. Trof. van Eysinga ontzegt aan den grondwetgever het recht om het tractatenrecht te regelen 4). • De rechterlijke macht

1) Sommige tractaten houden geen voorschriften voor de burgers in, doch dragen aan den wetgever op regels te stellen. Het tractaat verhoudt zich dan tot de door den wetgever gestelde wet als een grondwetsartikel dat eene organieke wet eischt, tot die organieke wet. — De verdeeling in tractaten die zelf regels bevatten en tractaten die aan den wetgever het stellen van regels opdragen, kan geen aanleiding geven tot een afzonderlijke theorie; iedere bestaande theorie kan op die verdeeling worden toegepast.

2) Van Eysinga, pag. 146 en vlg. — Triepel, die die scheiding met Laband maakt, verwerpt zelfs de poging om eene wet, die met het volkenrecht strijdt, als nietig aan te duiden: immers staatsonderdanen zijn geen volkenrechtsonderdanen (Völkerrecht und Landesrecht, pag. 259, 260).

3) .v. Eysinga, pag. 149. — Kaufmann („Die Rechtskraft des Internationalen Rechtes") meent dat verdragen die niet verhoudingen van staten in hun geheel, maar ook verhoudingen van onderdanen regelen, werken krachtens de bepalingen van het staatsrecht, d. w. z. dat aan de formeele eischen der constituties moet worden voldaan, (pag. 33—37).

Hij scheidt evenwel niet volkenrecht en staatsrecht met Laband in dien zin, dat alleen de vertegenwoordiger van den staat als zoodanig binnen de sfeer van het volkenrecht valt, maar zegt uitdrukkelijk dat ook op de volksvertegenwoordiging een volkenrechtelijke plicht kan rusten: Het parlement schendt zijn voikenrechtelijken plicht wanneer het niet medewerkt aan de uitvoering van een zoodanig verdrag.

4) pag. 161, 162.

Sluiten