Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal, voorzoover zij diens theorie als juist beschouwt, de bepalingen der constitutie die met het volkenrecht, zooals zij zich dat denkt, strijden, ongeschreven achten, en meenen dat de bepalingen die met hfit volkenrecht overeenkomen, overbodig zijn.

Teneinde aan den rechter zoo weinig mogelijk ruimte te laten om de grondwet niet toe toe passen, zal in het laatste hoofdstuk bij de door ons gedachte grondwetswijziging zooveel mogelijk rekening worden gehouden met de leer die het volkenrecht boven de grondwet stelt 1).

Zoo zal daar o.m. worden bepaald dat het tractaat rang heeft boven grondwet en wet.

17. Tegen eene bepaling in de grondwet waarbij demogelijkheid werd geschapen om bij de wet van een vroeger tractaat af te wijken zou zeker bezwaar worden gemaakt 2). Men bedenke evenwel het vólgende 3):

Het is geen algemeen rechtsbeginsel dat in geen geval eenzijdig kan worden afgeweken van wat meerzijdig is vastgesteld. Art. 1374 van het Nederlandsche Burgerlijke Wetboek bepaalt dat overeenkomsten niet kunnen worden herroepen dan met wederzijdsche toestemming, maar voegt eraan toe dat zij zonder die toestemming kunnen worden herroepen uit hoofde der redenen welke de wet daartoe voldoende verklaart. Onze wet kent een geval waarin de wil van een der partijen voldoende is: maatschap eindigt door den enkelen wil van een der vennooten. (B. W. art. 1683 3).

Voorts bedenke men, dat bij het sluiten van een verdrag moet worden aangenomen, dat de partijen elkanders constituties behooren te kennen voorzoover die bepalingen over tractaten bevatten: Qui cum alio contrahit, vel est vel debet esse non ignarus conditionis ejus 4).

Ongeschreven recht moet een beginsel van moraal bevatten. In het volkenrecht — ook als het een positief recht is — ligt een moreele dwang voor den staat 5). Kan de moraal eischen dat het internationale belang dat in een tractaat tot uitdrukking is gekomen, door de Regeering steeds moet worden gesteld boven de belangen harer onderdanen, die later blijken te strijden met het verdrag ? Deze belangen te behartigen schijnt ons de hoogste moreele plicht

1) Denzelfden gedachtengang vindt men ontwikkeld door den Heer Loeff in de vergadering der 2e Kamer van 18 Februari 1917 (Handelingen 1916/1917 pag. 1813 en 1814).

2) van Eysinga, pag. 127.

3) Wat hier volgt is geschreven om de in het laatste hoofdstuk gegeven ontwerp-regeling aannemelijk te maken voor hen, die aau het volkenrecht blijven vasthouden.

4) Dit moet niet worden over het hoofd gezien door hen die met Verdross aannemen dat het staatsrecht het hoogste recht is, en ons toegeven dat het verdrag, van het standpunt des rechts beschouwd, uitsluitend een vorm van wetgeving is, maar ons erop zouden willen wijzen dat het, van het standpunt der moraal beschouwd, een afspraak blijft.

5) Merkel, § 80, 1; § 46 en § 49.

Sluiten