Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29. Het boven meermalen aangehaalde werk van Picciotto is blijkens de inleiding van prof. L. Öppenheim (Cambridge) geschreven om eene leemte te vullen: een volledige beantwoording van de vraag in hoeverre het volkenrecht landsrecht is, was in Engeland nog niet gegeven. De erkenning door prof. Öppenheim dat Picciotto's conclusies juist zijn en de omstandigheid dat Triepel tot hetzelfde resultaat kwam, doet ons vertrouwen dat de moderne Engelsche en Amerikaansche opvattingen in het 'vorenstaande juist zijn weergegeven.

De theorie van prof. van Eysinga vindt hier allerminst steun. Prof. Öppenheim zegt van die leer dat ze „more a pious desideratum than the result of scientific investigation and practical consideration" is.

Triepel, die uitgaat van de stelling dat volkenrecht en staatsrecht noodwendig gescheiden moeten zijn, daar die twee complexen van rechtsregels geheel verschillende objecten hebben, merkt op dat Engelsche juristen dit onderscheid in den regel niet inzien 1); uit de vermelde inleiding blijkt dat prof. Öppenheim volkenrecht en staatsrecht wel uiteenhoudt, en meent dat het volkenrecht als een recht voor staten niet in de door den staat beheerschte rechtssfeer kan werken dan voorzoover de nationale wetgever dat bepaalt.

HET DUITSCHE RIJK 2).

30. Artikel 11 der Reichsverfassung.

al. 1. Der Kaiser hat das Reich völkerrechtlich zu vertreten,

im Namen des Reichs Vertrage mit fremden Staaten

einzugehen.

al. 3. Insoweit die Vertrage mit fremden Staaten sich auf solche Gegenstande beziehen welche nach art. 4 in den Bereich der Reichsgesetzgebung gehören, ist zu ihrem Abschluss die Zustimmung des Bundesrathes und zu ihrer Gültigkeit die Genehmigung des Reichstages erforderlich.

Het in art. 11 aangehaalde art. 4 noemt de onderwerpen die, met uitsluiting van de bevoegdheid der Duitsche Staten 3), tot de

1) Triepel, pag. 147.'

2) Bange, Der Abschluss der Staatsvertrage des Deutschen Beiches (1912). Laband ; Meier; Michon; Crandall.

von Mohl, Das deutsche Reichsstaatsrecht. Tweede druk. von Rönne, Das Staatsrecht des Deutschen Beiches, deel II. Tweede druk. Ph. Zorn, Das Staatsrecht des Deutschen Beiches, deel II (1883). Heilborn, Der Staatsvertrag als Staatsgesetz, in Archiv für öffentliches Recht, deel 12.

3) Laband betoogt dat de vermelding van artikel 4 een vergissing is, daar het niet te doen is om de tegenstelling tusschen de macht van Rijk en Staten, maar om de tegenstelling tusschen uitvoerende macht en wetgevende macht. Art. 4 noemt naast wetgeving ook bestuursaangelegenheden, en Labands bezwaar is dat nu een tractaat daarover ook goedkeuring van Bondsraad en Rijksdag zou behoeven, terwijl het bestuur berust bij Keizer (Bijkskanselier) en Bondsraad. Laband, pag. 125—129; v. Rönne, pag. 295; Meier, pag. 295; Zorn, pag. 433.

Sluiten