Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOORWEGEN 1).

53. Het recht om tractaten te sluiten komt krachtens § 26 der Grondwet, zooals die na de scheiding tusschen Zweden en Noorwegen in 1905 is gewijzigd, aan den Koning alleen toe, terwijl het Storthing 2) krachtens § 75jr geen recht heeft tot medewerken, doch slechts de bevoegdheid om zich de door den Koning gesloten verdragen te doen mededeelen.

Toch is de vraag gedaan of de Koning niet in sommige gevallen verplicht is vóór de ratificatie de toestemming van het Storthing te vragen, en aangenomen wordt, dat dit zijn grondwettige plicht is, wanneer het een verdrag geldt dat voor zijn werking naar binnen de medewerking van het Storthing behoeft. Verzuimt de Koning dit, dan is het Storthing verplicht het verdrag uit te voeren, en is het beperkt in zijn door de grondwet erkende vrijheid op wetgevend gebied 3).

Uit het vorenstaande meenen wij de conclusie niet te mogen trekken dat in Noorwegen wordt aangenomen dat een tractaat, dat regels bevat van privaatrechtelijken aard, na de ratificatie een wet behoeft om de onderdanen te binden.

DENEMARKEN 4).

54. § 18 der Grondwet bepaalt dat de Koning verdragen sluit, doch niet zonder toestemming van den Rijksdag 5) een verplichting op zich kan nemen, die de bestaande staatsrechtelijke verhoudingen verandert. Deze uitdrukking is niet duidelijk. Algemeen wordt aangenomen dat bedoeld worden alle niet-volkenrechtelijke verhoudingen, en verdragen, die wijziging der wetgeving medebrengen, worden in de praktijk vóór de ratificatie aan den Rijksdag voorgelegd, die zijne toestemming niet behoeft te geven in den vorm van eene formeele wet.

Ook in Denemarken is gewezen op de noodzakelijkheid van behoorlijke afkondiging na de ratificatie, en er bestaat verschil van meening over de vraag of een goedgekeurd en geratificeerd verdrag voor zijne werking naar binnen naast de ratificatie een door het staatsrecht geëischt landsrechtelijk bevel noodig heeft.

1) Morgenstierne, Das Staatsrecht des Königreichs Norwegen (Das Oeffentliche Recht der Gegenwart, Band XIII, 1911) pag. 150 en vlg.

2) De verdeeling van het Storthing in Odelsthing en Lagthing (brj de behandeling van wetsontwerpen) is diior de Grondwet bedoeld als een inwendige aangelegenheid van het parlement, dat als één lichaam wordt gekozen: Morgenstierne, pag. 55 en 122.

3) Of hier een conflict is tusschen staatsrecht èn volkenrecht, of tusschen staatsrecht en moraal vermeldt Morgenstierne niet. Het gevolg van het conflict is volgens M. dat de leden van den Staatsraad ter verantwoording geroépen kunnen worden.

4) Goos und Hansen, Das Staatsrecht des Königreichs Danemark (Das Oeffentliche Recht der Gegenwart XX, 1913) pag. 91.

5) Verdeeld in twee kamers: Volksting en Landsting.

Sluiten