Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEDERLAND.

55. Artikel 59 onzer Grondwet geeft geen meer volledige regeling dan andere constituties.

„De Koning sluit en bekrachtigt alle verdragen met vreemde

mogendheden Verdragen, die wijziging van het grondgebied

van den Staat inhouden, die aan het Rn'k geldelijke verplichtingen opleggen of die eenige andere bepaling, wettelijke rechten betreffende, inhouden, worden door den Koning niet bekrachtigd dan na door de Staten-Generaal te zijn goedgekeurd *

Het is niet geheel duidehjk wat bedoeld wordt met verdragen die eene bepaling, wettelijke rechten betreffende, inhouden. Men beroept zich ter verklaring van deze woorden gewoonlijk op de Memorie van Toelichting bij de Grondwetsherziening van 1848, blijkens welke de Regeering met wettelijke rechten bedoelde: „niet alleen voorschriften van eenige bestaande wet, maar het recht der volksvertegenwoordiging in zijnen ganschen omvang 1), zoodat bij tractaat niet in hare bevoegdheid kan worden gegrepen, noch, zonder haar, eenig punt gevestigd, dat binnen den kring van haar grondwettig gezag ligt."

Men kan wel als vaststaand aannemen dat alle verdragen op het gebied van internationaal privaat-, administratief- en strafrecht in Nederland aan de goedkeuring der Staten-Generaal worden onderworpen 2).

56. In strijd met de woorden der Grondwet geschiedt de goedkeuring bij de wet, en niet bij een besluit der Staten-Generaal.

Prof. van Eysinga acht dit niet van overwegend belang, mits het juiste karakter van de goedkeuringsdaad niet uit het oog wordt verloren. De goedkeuring is volgens hem een „fiat" dat het tractaatsontwerp geschikt maakt om te worden bekrachtigd 3); bekrachtiging zonder de vereischte goedkeuring heeft geen volkenrechtelijke beteekenis 4). Staatsrechtelijke beteekenis. heeft de bekrachtiging volgens Prof. van Eysinga niet, tenminste niet in dien zin dat de werking van het tractaat „naar binnen" moet worden gezocht in de bekrachtigingswet 5). Bezwaren tegen goedkeuring bij de wet zijn volgens prof. van Eysinga:

1) Deze uitdrukking vooral wordt aangehaald pm te betoogen dat op het gebied van het tractatenrecht de grens tusschen de Kegelende bevoegdheid van den Koning en die van „Koning en Staten-Generaal gezamenlijk" op dezelfde wijze moet worden getrokken als elders; zij kan helaas niet dienen om aan te toonen dat het ongrondwettig is dat het wetsontwerp tot goedkeuring van een tractaat gegoten wordt in een vorm, die amendement op de artikelen van het tractaat onmogelijk maakt. Over het recht van amendement: Beelaerts van Blokland: „Eenige beschouwingen over het tot stand komen en de rechtskracht van verdragen." Van Eysinga acht dit recht hier uitgesloten: pag. 61.

2) van Eysinga, pag. 21—27, 37—50.

3) pag. 21, 165, 127.

4) pag. 63. Beelaerts, pag. 146.

5) pag. 62: „uitvoering van de goedkeuringswet is ondenkbaar".

Daar prof. van Eysinga aan de ratificatie werking naar buiten en tevens

Sluiten