Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lo. dat dikwijls geratificeerd wordt vóórdat de goedkeuringswet in werking treedt (in verreweg de meeste gevallen geschiedt de sanctie vóór de ratificatie). 1)

2o. dat deze wgze van goedkeuring de contractstheorie van Laband in de hand werkt. 2)

De uitvaardiging en afkondiging geschiedt in Nederland niet in een zoodanigen vorm dat de rechter kan zien dat aan de „volkenrechtelijke" en staatsrechtelijke vereischten voldaan is. 3)

57. Kon prof. van Eysinga in 1906 nog schrijven dat de Nederlandsche rechterlijke macht tractaten toepast zonder naar het landsrechtelijk wetsbevel te vragen, 4) reeds in hetzelfde jaar heeft de Hooge Raad zich op een ander standpunt gesteld. 5) In zijn bekend arrest van 25 Mei van dat jaar nam het Hooge College aan dat de bepaling van art. 59 aan de Koningin wetgevende bevoegdheid toekent op internationaal privaatrechtelijk gebied, en naast de artt. 150 en 109 der Grondwet en art. 5 der Wet, houdende Algemeene Bepalingen, staat. Op dien grond meende de Hooge Raad, dat bepalingen, wettelijke rechten betreffende, in verdragen met vreemde mogendheden voorkomende, mits door de Staten-Generaal vooraf goedgekeurd, door de Koningin bekrachtigd en bekendgemaakt, in Nederland verbindend zijn zonder nadere wettelijke sanctie 6).

Leest men de drie bepalingen, waarnaast art. 59 volgens den Hoogen Raad staat 7), dan ziet men dat dit College aanneemt:

lo. dat het tractatenrecht niet behoeft te worden opgenomen in de algemeene wetgeving, m. a. w. dat hier een uitzondering wordt gemaakt op het beginsel van codificatie;

2o. dat het tractaat aan de wet kan derogeeren;

terwijl voorts blijkt dat de Hooge Raad genoegen heeft genomen met de volgende bekendmaking bij Koninklijk besluit van 9 Mei 1899 Stbl. no. 115:

naar binnen toekent, en ratificatie zonder goedkeuring geen rechtskracht heeft, heeft die goedkeuring indirect wel staatsrechtelijke beteekenis.

1) pag. 55 en vlg.

2) pag. 60 en vlg.

3) van Eysinga pag. 94—101. Beelaerts, pag. 119—123.

4) pag. 125, 130.

5) Kosters, pag. 94 en vlg.

6) Men vindt dit arrest in het werkje van Mr. J. C- de Marez Oyens: „Het normatieve karakter van internationale tractaten", waarin de theorieën over het karakter van het volkenrecht in verband met de werking van tractaten, met vermelding van de schrijvers, zijn uiteengezet.

7) Art. 150 der Grondwet: Het burgerlijk en handelsrecht, het burgerlijk en militair strafrecht, de rechtspleging en de inrichting der rechterlijke macht worden bij de wet geregeld in algemeene wetboeken, behoudens de bevoegdheid der wetgevende macht om enkele onderwerpen in afzonderlijke wetten te regelen.

Art. 109 Gw. De wetgevende macht wordt gezamenlijk door de Koningin en de Staten-Generaal uitgeoefend.

Art. 5 A1 g. Bep. Eene wet kan alleen door een latere wet, voor het geheel of gedeeltelijk, hare kracht verliezen.

Sluiten