Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorloopen. Onder de werking der wet van 1806, die reeds de kinderen wilde opleiden tot alle maatschappelijke en Christelijke deugden, is vooral na 1830 de actie begonnen tegen de belemmering, welke van de plaatselijke besturen tegen de oprichting der bizondere scholen uitging. Toen de Gemeentebesturen, die sedert 27 Mei 1830, autorisatie voor schoolstichting moesten verleenen, meerdere malen die autorisatie weigerden, rees hiertegen een verzet, dat zeker ook een politieke beteekenis had. Toch concentreerde in dien tijd de leidsman der Christelijke politiek, Groen van Prinsterer, zijn kracht niet op een staatkunde, die voor het volk de vrije school als regel stelde. Een beduidend aantal jaren nog heeft Groen van Prinsterer de staatsschool in bepaalden vorm aanvaard. Groen van Prinsterer begeerde toentertijd een staatsschool, die niet een verbleekt Christendom, maar een positief geloof tot basis had en die tevens rekening hield met de hoofdrichtingen onder het volk. Er is echter geen sprake van, dat hij de staatsschool om haar zelf begeerde; neen, zijn hoofdgedachte was een sohool, aansluitend aan het leven van de natie als Christelijke natie. Bij hem is er dus niet alleen en allereerst de band van overheid en school, maar bovenal de band van volk en school. Door die gedachte heengeweven is de zucht, om ook langs den weg der school het volk van Nederland te bewaren bij het belijdend Christendom. De schoolwet van Van der Brugghen in 1857, die het kleurloos Christendom en de godsdienstige neutraliteit der staatsschool vastlegde, was de doodsteek voor Groen's politiek. Dat Groen van Prinsterer 12 jaren later zijn kracht vereenigde op de bizondere school is, in het licht van zijn verleden bezien, minder groote zwenking dan oppervlakkig schijnt. De aansluiting aan het leven des volks en het bewaren van het volk bij het belijdend Christendom is ook de achtergrond zijner politiek na 1869. De neutrale staatsschool is door hem zeker niet aanvaard, omdat hij de godsdienstige neutraliteit zulk een aanbevelenswaardige oplossing vond. Zij is door hem aanvaard, omdat hij geloofde, dat de vrije school de weg tot de Christelijke school voor het» overgroote deel des volks kon worden; en voorts ook, omdat hij gevoelde,

Sluiten