Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons principieel uitgangspunt en de dankbaarheid aan God den Heere, die ons zoo kennelijk zegende, ons opleggen.

De kwestie der verhouding van school en Staat is vertroebeld, door .twee beheerschende vraagpunten niet voldoende uiteen te houden t.w.: hoe moet de schoolopvoedlng zijn, en van wie moet ze uitgaan.

Ook heden ten dage worden deze twee punten hoe en wie, hopeloos dooreengehaspeld. Er is b.v. de volgende gedachtengang. Het is ontzettend om aan te zien, dat de kinderen onzes volks dag aan dag worden onderricht naar een methode, volgens welke de naam van God en Christus stelselmatig uit hoofd en hart geweerd wordt. Dit mag niet langer geduld. De eisoh worde gesteld, dat den onderwijzer zooal niet de plicht opgelegd dan toch de gelegenheid geboden wordt, zijn onderwijs op de staatsschool te doordringen van den geest van Jezus Christus, opdat wij de kinderen onzes volks, tegen alle Christelijk bedoelen in, niet prijs 'geven aan het ongeloof. De staatsschool worde gekerstend. — In dezen gedachtengang is deels de staatsschool reeds aanvaard en de Staat als opvoeder geaccepteerd, en van daaruit wordt de vraag van het hoe van het onderwijs bezien. AI moge het motief waardeering verdienen, logisch is de gedachtengang onjuist. Ik heb eerst uit te maken van wie de schoolopvoedlng moet uitgaan, en pas dan kan ik vragen hoe moet die schoolopvoeding geschieden.

Voor een Gereformeerde is het antwoord op de eerste vraag niet twijfelachtig. Van wie moet de schoolopvoeding uitgaan? Van vader en moeder, van de ouders.

De waarheid, dat de ouders voor de opvoeding hunner kinderen aansprakelijk zijn, leeft diep in het hart der menschen. Slag op slag treft men ongeloovige menschen aan, die met al de intensiteit van hun ziel het uitroepen: ik sta mijn kind niet af, mijn kinderen zijn mijne; geen vreemde, ook geen onderwijzer zal over hen heerschen. Het heidendom, zelfs in de verstaatste Romeinsche wereld, levert bewijzen hiervoor op. In zijn edelste gevoelen getuigt het menschenhart met onweerstaanbare kracht aan vader en moeder, dat kinderen een bezit zijn van zoo ongemeene waarde, dat zelden een

Sluiten