Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieën, Kerken, Kloosters, Gemeenten of Staat de schooloprichting aanvingen, zij immer thet streven om de zaak te leiden in tiet rechte spoór en den grondvorm langzamer of sneller te benaderen, de school der ouders.

Is deze zoo overbekende, vaak herhaalde grondstelling, aldus aangegeven, de kernwaarheid, — er liggen consequenties in, die blijkens de praktijk minder bekend zijn.

Is en blijft de ouder de verantwoordelijke, die een deel zijner taak den beroepsopvoeder in handen geeft, dan heeft zeker ook de onderwijzer het recht om den steun der ouders te vorderen als kinderen moeite geven. Maar omgekeerd mag met de intensiteit van zijn liefde en verantwoordelijkheidsgevoel de ouder den onderwijzer den eisch stellen, dat hij zijn kind, ook al baart het zorg en moeite, door de klas en door de school met volle toewijding brenge tot het einddoel, dat door het bestuur en de vereeniging aan de school is gesteld. En die vader, die met ouderlijk overwicht, den onderwijzer als grootelijks te waardeeren maar dienstbaren helper doet staan, die moet lid zijn van het bestuur. Daarin ligt oneindig beter waarborg voor den goeden gang der school dan in het angstvallig waken, dat een- lid-ouder, die timmerman, bakker of schilder is, het schoolgebouw herstelt, de taartjes voor het feest, of den gevel verft.

Een bestuur zij gevormd uit die ouders, die inderdaad in staat zijn richting en beleid van de school te beheerschen. Niet in dien zin, alsof daarmee de taak van de onderwijzers mindersoortig wordt; — het hoofd en zijn helpende leerkrachten ze behooren er bij, ze blijven als gezamenlijk personeel architekten voor het onderwijs, maar ten dienste van het soms slechts ten halve uitgewerkt beleid en ideaal van het bestuur en de vereeniging .—; wel echter zoodanig, dat de school blijft de school van dat bestuur, van de vereeniging, van de ouders, en dat voor den hoofdgang van zaken, voor de kern van het schoolbeleid, in laatster instantie het bestuur volle verantwoording draagt. De voortkankerende idee, dat feitelijk de onderwijzers, per gratie nog met de kinderen tezamen, de school vormen, is door ons principieel uitgangspunt veroordeeld. Voor het verdiepen en uitbreiden van het

Sluiten