Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligt daar, als het kernachtige resumé van onze wenschen. En er is geen jurist, die beweren durft, dat dat gewijzigd Unierapport niet vatbaar is voor wettelijke uitwerking.

Als dan straks mede gewerkt moet worden tot den vrede, dan blijve dat resumé onzer wenschen richtsnoer voor Concept-wetten, voor amendeering, voor beraadslaging en overleg. En wanneer dan als gevolg daarvan de ouders in den geest, dien ik boven aangaf, de echte vrijheid zullen hebben om hun school hun school te doen zijn, zonder dat Staat en Gemeente — de laatste is in het Pacificatie-rapport niet de kleinste dwingeland — ouders en besturen van hun rechtmatige plaats wegduwen, dan zij niemand onzer de laatste om de hand der verzoening te reiken, zelfs al bleef hier en daar een ondergeschikt desideratum onvervuld. Maar ook eerst dan en dan alleen. Want zouden wij na tweede ballingschap op tweede bevrijding mogen rekenen?

Nu weet gij, wat ik denk van den stand van den schoolstrijd.

Toch moet ik nog bepaalde punten naar voren brengen.

Ik heb als één der trekken uit den schoolstrijd ook genoemd de zucht om ons volk'te bewaren bij het belijdend Christendom. Is het dan niet gewenscht de bevrediging aan te nemen, die ons althans geldelijk vrijmaakt, om dan met alle kracht het vrije Christelijke onderwijs tot zóó groote uitbreiding te brengen, dat in de verschrompelende staatsscholen het neutrale gif tot een minimum gereduceerd wordt? Mijn antwoord is: Als de bevrediging principieel fout is, dan is het gewaagd van haar zoo groot resultaat te wachten; want alleen in Gods weg ligt de zegen. In deze schelp is de parel der finantiëele vrijheid geen schat van groote waarde meer.

Maar als gij, zegt een ander, zoo streng vasthoudt aan uw vrije school voor allen, Jaat gij dan principieel het volk als geheel niet los en gaat zelf zitten in een bomvrij hutje? Ge hebt toch, — zoo werpt iemand me tegen, — in den aanvang gesproken van den achtergrond bij Groen van Prinsterer en in heel onzen strijd: tot sterking van ons Christelijk volksleven; of, wat hetzelfde is, zoo pas weer van de zucht om ons volk te bewaren bij het belijdend Christendom? Het hoe

Sluiten