Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet het. Neutrale school en staatsschool zijn hem hetzelfde. Trouwens die verwarring van begrippen is in het geheele Rapport merkbaar.

Er is gezegd: Geef den staatsonderwijzer althans de gelegenheid om Jezus Christus te belijden; dat belijden mag de wet nooit keeren. In beginsel, neen, mag zij het ook niet. Als de Staat opvoedt, dan geldt ook voor zijn opvoedingsambtenaar het Gebod, dat hij zijn ambt en bediening zóó getrouw uitoefene aïs de engelen in den hemel dat doen. Als dat gebod alleen voor Christenen geldt, zijn we aanhangers van Stahl geworden en hebben de Gereformeerde Belijdenis verworpen. Maar wees voorzichtig. Wie hier terecht den neutron Staat verwerpt, zie goed wat hij doe. Het mag dan niet te doen zijn om de gelegenheid tot belijden open te stellen. Welk halfslachtig onwaarachtig schoolcreatuur schept ge dan! — Een Christelijke Staats-Opvoeder — vergeef deze contradictio in terminis — vordert een school, waarvan het ChristeHjk stempel èn nu èn voor de toekomst verzekerd is. Dan is de opening der gelegenheid slechts een conscientie^stiller. Dan moet de consequentie zijn een Christelijke staatsschool, die aljeen Christen-onderwijzers duldt. Slechts dan bereik ik, wat ik beoog. En die Christelijke staatsschool optredend, waar door initiatief de vrije school ontbreekt, is die voor onzen tijd wel denkbaar?

En als ze Christelijke staatsschool wil zijn, om door de staatsschool alszoodanig het volk te omvademen, is ze in dezen onchristelijk, omdat de Staat geen opvoeder mag zijn. En daarom eere ons gewijzigd Unie-Rapport, dat de school aan de ouders langs den weg der Wet in uitzicht stelt.

We zijn er nog niet.

De vrijheid van staatswege gewaarborgd is een schoon doelwit. Maar die vrijheid ontneemt nooit den Staat zijn Christelijke roeping, noch ook den plicht tot begrenzing althans der subsidieering.

Ik citeer een zinsnede van Prof. Dr. H. Visscher „Na eer en staat", blz. 68: „Welnu, als eenmaal de linkerzijde alle consequenties van den modernen cultuurstaat zal aanvaard hebben met alle echte geestelijke vrijheid, die hij in zich ver-

Sluiten