Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooniitstrevendheid — ons eer aandoen. We zijn toch eigenlijk gezegd al lang aan de emancipatie1, van het kind toe, al klinkt dit misschien wat vreemd. Erkennen we het recht van het kind niet om zijn eigen weg te gaan? Laten we het geen vrijheid in de beroepskeuze? Geven we niet gereedelijk toe aan de eigenaardigheden van zijn on-menschelijke psyche? Verstaan we al niet lang de kunst om met onze kinderen mee te leven, zonder hen te dwingen ons groote-menschenbestaan in verkleinde dosen te „genieten"? Immers ja! Bewust, maar in breedere lagen onbewust, — en daarin schuilt een reusachtige volkskracht — hebben we de opvoeding leeren beschouwen als een rentmeesterschap. We willen alle talenten ontwikkelen, daar we onze verantwoordelijkheid erkennen. We willen niet dwingen maar leiden, hebben respect voor de individualiteit onzer discipelen, onderdrukken noch zijn vrijheidszin, noch zijn vrijheidsmoed. Ons: ik va-bied of ik gelast is niet meer louter gebaseerd op onze machtspositie, maar wordt uitgesproken met den ernst van een rechter, die de hardheid naast de noodzakelijkheid kent van het aanranden der persoonlijke vrijheid.

We weten ook reeds lang, dat deze houding van den opvoeder niet kan samengaan met zwakheid, maar integendeel een krachtige persoonlijkheid eischt, een die kan afwachten, die dus vertrouwen stelt of geloof heeft. Niet als de zwakke wil de opvoeder leiden; deze toch wil altijd heerschen over het beheerschbare, hij put zichzélf daarbij uit en staat dus in de opvoeding bij het groote conflict met een ledig arsenaal.

De zooeven in groote onvolmaaktheid en onvolledigheid geschetste richting in onze moderne opvoeding blijkt in breede lagen van ons volk gevolgd te willen worden. Er gaat dan ook voor vaders en moeders vooral een zeldzame bekoring van deze opvatting uit: we trachten onze plaats in de evolutie der menschheid waardig te vervullen door het nieuwe geslacht op hooger plan te stellen, we verbinden als een schakel traditie en ideaal en kunnen in dit streven, naar professor Heijmans zegt, ons zelfs verzoenen met onze sterfelijkheid, daar we sterven om plaats te maken voor onze beteren.

Deze opvatting, die ons leven doet voor en in het opgroeiend geslacht, zal vanzelf leiden tot het vrijmaken van den weg voor

Sluiten