Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een te-veel, dat zich intusschen vrij spoedig doet gelden. Evenmin is met het vorenstaande bedoeld een geringschatting van de zooeven genoemde oefenwaarde of zoo men wil: indirecte waarde van een of ander schoolvak. Immers het kind verlangt op iederen leeftijd zelf oefenstof. Maar het verschil is dit: oefenwaarde heeft 'iedere geestesarbeid en verstandelijk oefent de mensch zich het meest intensief en het profijtelijkst met en op de stof zijner eigen keuze.

Laat ons aannemen, dat de vormende waarde, dat is de waarde, die niet onmiddellijk productief is, maar de vaardigheid der menschehjk vermogens vergroot, in hoofdzaak bestaat uit: oefening van de opnemende organen, van het geheugen, het combinatievermogen, het vermogen om mechanisch en niet mechanisch, dat is dus door de eigen ziel heen te reproduceeren. Al deze faculteiten zal men toch het best ontwikkelen, als het eigen verlangen, de eigen wil aangespannen is. Men heeft het mis als men denkt nog andere oefenstof voor deze verstandelijke vermogens noodig te hebben: iedere leerstof, die zonder interesse gevolgd wordt, heeft minder van deze veel geroemde „vormende waarde" dan die, welke des leerlings belangstelling reeds a priori krachtens rijn individueelen aanleg heeft. Hoogstens zou het inla^schen van de niet gewilde leerstof nuttig zijn ter oefening der wilsconcentratie of ter versterking van den wil. Maar bij eenig nadenken gevoelt men — ieder weet het trouwens bij ervaring, — dat de werkende mensch, ook al werkt hij geheel naar eigen ideeën en in eigen richting, voor moeilijkheden komt te staan, genoeg in aantal en voldoende van zwaarte, om het daarnaast scheppen van kunstmatige hindernissen overbodig te maken. Hiermee is dan gezegd, dat de „vormende waarde" van welk vak ook niet de minste rechten aan dat vak geeft tot inlassching in het geheel der op school te verwerken leerstof en evenmin, dat daarop de hoeveelheid aan dat vak besteden tijd mag steunen.

Het is hier misschien de plaats om er op te wijzen, dat het voor een 15-tal jaren sterk in de mode zijnde klagen over overlading bij het onderwijs veel kwaad heeft gedaan, daar het verbetering zocht in vennindering der door de school aan te brengen kennis. Dit zou wellicht op achteruitgang uitloopen, hetgeen

Sluiten