Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er wordt veel meer van den onderwijzer gevergd, maar zijn taak is er dankbaarder door, want aan 't eind der lagere-schooljaren levert hij kinderen af, van wie hij wat weet. Hij kan een meestal volledigen inventaris opmaken van der kinderen vermogens en, als hij het leven kent, zal hij het toekomstig beroep kunnen voorspellen, behoudens dan de soms raadselachtige zwenkingen tijdens en door de puberteits-periode. Overladen is dit programma niet, wel wordt er veel gebruik gemaakt van de op dezen leeftijd bestaande vaardigheid tot snel zintuiglijk opnemen, tot het aanleeren van kunstgrepen, kortom van de grootere handigheid en sneller beweeglijkheid.

lijnteekenen, algebra en meetkunde zijn op de lagere school vrijwel onbekend en zouden een lang pleidooi kunnen vragen, maar het volgende moet in 't kort volstaan. Lijnteekenen, dat is teekenen met passer, haak, driehoek en trekpen, is betrekkelijk eenvoudig. Het komt op nauwkeurigheid aan, liever gezegd op het wennen aan nauwkeurigheid. Velen, die het later noodig hebben, zijn dan den leeftijd voorbij waarop ze zonder bijzonder veel bispanning aan die nauwkeurigheid kunnen wennen. Ook wordt er op de middelbare technische scholen, de technische hoogeschool en verder op de ambachtsscholen veel tijd besteed aan dit vak, waarvan de lagere school, resp. de middelbare gerust wat kan overnemen.

Wat de eigenschappen der vlakke meetkunde betreft, die zijn hier natuurlijk niet bedoeld in hare boven-natuurlijke abstractie, die men er thans in de laagste klassen der middelbare school aan tracht te verbinden. „Bewezen" wordt er hier niets en daardoor kan het onderwijs slechts aan beteekenis winnen. Immers wordt alles dan aangetoond, gevouwen, nagemeten enz. en onze jongens zien dat het zoo is. Daarmee blijven ze op hun terrein. We vermoeien ons niet met hen een bewijsvoering te laten napraten, die ons alleen voldoet als er door 't gebruik van vroeger gevonden waarheden van 't onderstelde naar het gestelde wordt geredeneerd. Aan dit goedgefundeerde bewijs hebben de kinderen „maling" op den leeftijd, dat ze de bovenbedoelde waarheden al best kunnen vinden uit het bestaande. Is het trouwens noodzakelijk te wachten met 't meetkunde-onderwijs tot ze hun „kijk" op het figuur kwijt zijn en vatbaar rijn geworden voor een logica, die misschien wel

Sluiten