Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een klein gedeelte, wellicht een vijf en twintigtal kunnen gelden als federaties ter vaststelling van de verhouding tusschen werkgever en werknemer, waarvan slechts enkelen het karakter van werkelijke „strijdorganisaties" dragen. Het juiste aantal is niet bekend, mag echter hoogstens op een tien- a vijftiental geschatworden. Dezekomen echter alleen voor in de groot-industrie.

Er bestaat slechts ééne groote federatie van werkgevers; de „Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers", opgericht in 1899, welke het handhaven van den vrijhandel, het bevorderen van het particulier initiatief, het afweren van te omvangrijk ingrijpen van de overheid in het bedrijfsleven ten doel heeft.

De zeer snelle en omvangrijke ontwikkeling der vakbeweging in aanmerking genomen blijft het opmerkelijk, dat de werkgevers nog dusdanig ongeorganiseerd tegenover zulk een kracht staan*).

Vooral geldt dit in de klein-industrie. Echter voelde men ook hier, zij het ook nog zwak, de noodzaak van verweer en ging men over tot het oprichten van een informatie-bureau, ten einde onderling beter van de eischen der werklieden op de hoogte te zijn en niet het slachtoffer te worden van eischen en inwilligingen, welke tegenover den ongeorganiseerden werkgever uitgespeeld worden, onder voorgeven, dat zij reeds elders haar beslag kregen. Dit informatie-bureau bedoelt echter niets meer dan eenig vriendschappelijk overleg, aan geen regelen gebonden. Wellicht leiden de talrijke aaneensluitingen voor commercieele doeleinden langzamerhand tot bonden ter voorkoming van bedrijfsstoornissen.

De geschiedenis heeft over dit samengestelde probleem haar laatste woord nog niet geschreven.

De stand der vermelde groepen laat zich zeer moeilijk schatten. Ten eerste voor hare financieele draagkracht2).

De financieele kracht.

*) In de laatste jaren hebben bv. de werkgevers in de metaalindustrie, de werkgevers in het Haven- en scheepvaartbedrijf te Amsterdam zich aaneengesloten met het uitgesproken doel in geval van conflicten vereenigd op te treden. Toch blijven nog tal van bedrijven, waarin de werkliedenorganisaties juist zeer snel zijn toegenomen, in dit opzicht onaangesloten, dus zeer machteloos.

') Bij de samenstelling van een statistiek van alle vakvereenigingen in Nederland in het jaar 1907 moest nog gemeld worden, dat vele onjuiste opgaven ingekomen en vele antwoorden uitgebleven of fout waren. Zie hierover o.a. de klachten, zoowel in

Sluiten