Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens eene vastgestelde verhouding droeg de gemeente aan de kassen bij*).

De omvang der ondersteuning is allengs toegenomen; ook is hiermee het begin gemaakt van eene scheiding tusschendie werklieden, die gewoonlijk in staat zijn hun brood te verdienen en diegenen, die doorloopend bij de armenzorg terecht komen. Van de, in 1912 bij het gemeentefonds aangesloten, vakverbonden behoorden een derde der arbeiders tot de bouwbedrijven (3.372 op een totaal van 10.062 personen). Volgens het aantal werklooze dagen berekend geven ook weer de bouwvakarbeiders het hoogste aantal, ofschoon sedert eenige jaren een voortdurende vermindering te constateeren was. In de tweede plaats komen de typographen en de metaalbewerkers 2).

Van de zijde der „modernen", d. w. z. der sociaal-democratische vakvereenigingen werd echter deze kunstmatige bespoediging van de stichting van werkloosheidskassen aanvankelijk ongaarne gezien. De vakvereenigingen stonden nog midden in den loonstrijd» De zeer moeilijk te organiseeren Nederlandsche arbeiders zijn nog eenigszins door directe voordeelen, welke ze er uit kunnen halen, bij elkaar te houden. De bestuurders zijn bevreesd voor eene overheersching van het eigenlijke doel der vakvereenigingen door het verzekeringswezen, vooral door de werkloozen-onder-

]) In het eerste jaar betaalden:

Werkloozen-

, . . Gemeente- kassen der Jaar Aantal Vereenigingen Ujke bijdragen vakvereenigingen

1907 11 vereenigingen met 3.190 leden f 4.386 f 6.254

1910 24 vereenigingen met 6.904 leden - 12.113 - 14.980

1912 30 vereenigingen met 10.062 leden - 17.049 - 20.988 *)

*) Vle Jaarverslag van het gemeentelijk Fonds ter bevordering van de Verzekering tegen geldelijke gevolgen van Werkloosheid over 1912 te Amsterdam.

*) De mobilisatie en het sedert Augustus 1914 overhaaste oprichten van werkloosheidskassen met aansluiting aan het gemeentelijk werkloozenfonds (1 Sept. 1914— 1917 «= 1.080 vereenigingen met 113.381 leden), de aanvankelijk bijzonder gunstige jaren met eenige zeer ongunstige uitzonderingen voor sommige vakken en op zekere tijdstippen maken vergelijkingen der oorlogsperiode met de niet-oorlogsjaren te willekeurig.

De arbeiders in de bouwvakken o.a. hadden met zeer eigenaardige moeilijkheden te kampen. Amsterdam keerde in 't geheel in 1913 f22.528 uit als gemeentelijke bijdrage. De vier laatste maanden van 1914 f 26.815, in 1915 echter f 789.419.

Sluiten